![]() |
|||||
| Home Even voorstellen Werk & Zingeving Eigen bedrijf Interviews Downloads Nieuwsbrief Contact | |||||
In gesprek met: Yvonne de KruijffApril 2008, Over samenwerken, mensen in mogelijkheid zetten, flexibele werkplekken, spitzen en jaloers kunnen worden op je dochter. Interview met Yvonne de Kruijff (1944) van De Kruijff Consult. Begeleidt medewerkers, teams en organisaties bij ontwikkelings- en innovatieve processen. Ze zet, zoals ze dat zelf zegt, mensen in mogelijkheid. Ze is op latere leeftijd afgestudeerd als adviseur studie en beroepskeuze, studeert nu Religiewetenschappen. Gesprek aan de keukentafelYvonne zet thee, maakt nog wat laatste copietjes van haar C.V. voor ons (een officiële website en folder heeft ze niet, de mensen komen vanzelf naar haar toe), vertelt honderduit over de prachtige boerderij waarin ze samen met haar man Meine woont en die ze tien jaar geleden totaal verbouwden. We zitten aan de keukentafel; er zouden met gemak nog twaalf mensen bij kunnen.Er hangen lampen boven de tafel, gemaakt van kleurig glas. Overal mooie groenen en blauwen, alles is met zorg gekozen. Er worden hier studie en inspiratiedagen gehouden. Yvonne: ‘Er komen hier regelmatig veel mensen over de vloer, het maakt mij niet uit of ik nou voor twintig mensen kook of voor tien.’ ‘Ja, in deze boerderij zit een heel stuk van mijn ziel en zaligheid.’ Samenwerken en ideeën delenBij zo’n verbouwing weet zij iedereen bij te elkaar brengen en een sfeer te creëren waardoor iedereen ook echt samenwerkt. 'Kwam er bijvoorbeeld een nieuwe ploeg stukadoors of metselaars dan zei ik: Jullie hebben vaak betere ideeën, breng ze maar in. Wij hebben ‘de lead’, maak je geen zorgen je krijgt de schuld niet als er iets niet helemaal goed gaat'.Dat herken ik ook wel als ik met groepen werk. Na afloop hoor ik wel: ‘Ik moest hier naartoe en ik had geen zin om iets te zeggen, maar ik voelde me vertrouwd en ben toch mee gaan doen.’ Ze is één en al energie. Ze presenteert ons een koekje bij de thee. Ik mag succes hebbenMijn levensthema van dit moment is: Dat ik succes mag hebben. Van mezelf. Op het moment dat iemand zegt, je doet het goed, blokkeer ik vaak. Als mijn zanglerares zegt: het gaat goed Yvon, dan is het daarna over. Dan gaat het daarna niet meer goed. Dat is een verhaal uit mijn jeugd. Dat straal ik niet uit. Gelukkig is het werk dat ik doe vooral reactief. Eerst luisteren en dan iets teruggeven. Dan kom je aan jezelf blokkeren niet toe.Jaren terug had ik geen contact met mezelf. Ik heb dat voor het eerst echt gevoeld toen ik in de bergen wandelde met een broer van Meine. Op een krater, zo’n honderd meter lang. Ik keek aan beide kanten naar beneden en voelde echt angst. Maar toen zei mijn zwager dat hij bang was. Dat was voor mij een teken dat ik hem over dit angstige heen leidde. Op dat moment voelde ik mijn eigen angst niet meer. Taal als basisHet basismateriaal van waaruit ik werk, is taal. Dat is de bron in mijn werk. Ik kan me helemaal invoelen in anderen. Zodra ik begin te lezen, voel ik het probleem opborrelen. De woorden, de zinnen en de zinsneden die je gebruikt, daar haal ik de vraagstelling uit.Bijvoorbeeld in een supervisiebijeenkomst brengt iemand een casus in en dan krijg ik een beeld van wat er hoogstwaarschijnlijk speelt. Ik diagnosticeer op woorden, op woordkeus. Ik heb dan in principe alleen een hypothese. En die heb ik te checken. Door vragen te stellen. Leren door te kijkenIk heb veel dingen geleerd door te kijken. Zwemmen bijvoorbeeld. Toen we in mijn jeugd in Noordwijk woonden, was daar een zwembad. Als we erlangs liepen, dan stond ik bij het hek te kijken. Vijf jaar oud. De badjuf zei: laat ze maar komen zwemmen. Maar dat mocht niet van mijn moeder. Toen, eind augustus mocht het ineens wel. Ik had geen badpak, wel ondergoed. Ik ging het water in en zwom drie slagen. Die badjuffrouw zei helemaal lyrisch: ‘Ze kan zwemmen.’ Mijn moeder zei: ‘Dat had ik wel gedacht.’Maar mijn moeder was wel zo dat ik daarna naar het Sportfondsenbad mocht. In oktober kreeg ik zwemles en begin december heb ik afgezwommen. De voorzitter van de zwembond heeft mijn diploma uitgereikt. Het was toen veel gebruikelijker dat je als volwassene leerde zwemmen en niet als kind. Mensen in mogelijkheid zettenMijn "leitmotif" is mensen in mogelijkheid zetten. Toen ik begon als gymnastieklerares, deed ik eigenlijk hetzelfde; Tijdens de gymnastiekles staan de kinderen ook 'naakt' voor je. Ze kunnen hun angst of onmacht niet verbergen. Hoe ga je daarmee om? Welke ruimte krijgt dat?Welke ruimte heeft de goede leerling naar de minder goede leerling. Hoeveel respect krijgt de minder goede leerling? Als ik gymnastiekles geef en zeg doe maar even zo met je handen. Dan moet ik jou, Annet, een andere aanwijzing geven dan bij Dick. Je blijft improviseren. Opdrachtgevers verwachten een plan van aanpak en dat maak ik ook. Maar in de uitvoering improviseer ik. OntwikkelaarMeestal krijg ik de opdracht wel. Mensen horen van me. Mensen komen naar me toe en dat gaat al dertien jaar zo. Misschien heeft dat toch wel met succes te maken. Ik heb nog steeds de neiging om mezelf te blokkeren, zeker als ik in het licht kom te staan.Ik ben in wezen een ontwikkelaar. Toen ik les gaf op de middelbare school heb ik me naast het lesgeven toegelegd op de leerlingbegeleiding. Samen met anderen hebben we een leerlingvolgsysteem ontwikkeld dat de aansluiting tussen lager onderwijs en voortgezet onderwijs soepeler moest laten verlopen. Voor zover ik weet worden de modellen nu nog gebruikt. Ik heb het mentoraat voor de bovenbouw opgezet, ben vertrouwenspersoon geworden en heb het decanaat ontwikkeld. Nooit de beste mogen zijnTja, die angst voor succes. Waar dat nou toch vandaan komt? Ik mocht niet beter zijn dan mijn moeder. Mijn vader was heel succesvol als chef kok, maar dat mocht ook niet in de openbaarheid. Je staat letterlijk onder de grond in zo’n oud hotel. Je staat altijd bij het luik en je bent altijd de klos. Als je vroeger chef-kok was in zo’n groot hotel, dan kon je dat vergelijken met een topmanager. Je moet calculeren, inkopen, alle menu's voor breakfast, lunch en het diner dagelijks bedenken. Hij was heel creatief en heeft ook anderen in het vak opgeleid.Alles moest nog zelf gemaakt worden. Mijn vader heeft voor alle koningshuizen gekookt. Ook aan het huwelijksdiner van Juliaantje en Bernard heeft hij zijn bijdrage geleverd. Hij heeft vaak in de krant gestaan maar dat heb ik pas gezien nadat hij overleden was. Dat heeft hij niet zelf bijgehouden; en mijn moeder ook niet. De oma’s hebben dat gedaan. Thuis was ik wel degene die het gezin bij elkaar hield. Daar heb ik die rol leren vervullen van me verplaatsen in de ander. Ik identificeerde me gemakkelijk met een ander. De ander, dat was ik. Ik voel me vaak een doorgeefluik. Ik maak wel gemakkelijk contact met mijn eigen energie. Intuïtief ben ik sterk ontwikkeld. En ik was wel een slim kind, al zeg ik het zelf. Flexibele werkplekken, teams en zelfonderzoekMijn studie religiewetenschappen met als afstudeerrichting spiritualiteit hoop ik volgend jaar af te ronden rond het thema: teams, samenwerken en spiritualiteit.In mijn werk zie ik dat, na reorganisaties, nieuwe teams vaak niet meer bij elkaar in één ruimte zitten en/of de leidinggevende heeft niet meer vanzelfsprekend zijn plek bij het team maar komt 'regelmatig onregelmatig' langs en verder heeft men alleen nog contact via mail en telefoon. Soms worden ze ingevlogen vanuit het buitenland. De medewerkers missen het gevoel dat ze samen een team zijn en ervaren eerder meer gefragmenteerd te zijn. Hoe blijf je dan nog een team? Iedereen heeft een flexibele plek en de rest van je team zit daar ergens; hoe krijg jij nog verbinding met ze? In hoeverre kan spiritualiteit daar een verbindende rol in spelen? Wat dat voor de begrippen tijd en ruimte betekent? Zal de taak de bindende factor worden waar voorheen de ruimte waar het team zat de bindende factor was? Al zit je niet bij elkaar kun je je dan nog een beeld in je mind vormen van je team? Ik ga onderzoeken hoe teams elkaar op een andere manier gaan ontmoeten en hoe zij dan verbinding met elkaar aangaan. Ik vermoed dat zelfonderzoek en zelfreflectie daar een belangrijk aandachtspunt bij zal blijken te zijn. Misschien wel het belangrijkste issue voor de komende tien jaar. Jaloers op mijn dochterMet mijn oudste dochter heb ik een gezonde competitie gehad. Ik heb er een hekel aan als mensen tegen hun kinderen zeggen: Je hoeft niet te winnen. Waarom zou je niet mogen winnen? Je moet er alleen niet te veel aan ontlenen. We hebben altijd spelletjes gespeeld met winnen en verliezen. Ik heb me één keer jaloers gevoeld op mijn dochter, toen zij op spitzen een solo mocht dansen in Pinokkio. Dat was mijn grote verlangen van vroeger. Op spitzen en op ballet, maar dat mocht niet van mijn moeder. Ik voelde dat toen ik in de coulissen naar haar stond te kijken. Ik voelde boosheid en jaloezie. Eigenlijk verdriet. Ik heb dat later ook tegen haar verteld.Zulke kwetsuren van je jeugd gaan nooit helemaal over. Het wordt wel milder. ![]() |
In gesprek met:
|
||||
| Design: 2004 The Communication Factory BV | |||||