Coaching bij Synergy at Work
Home   Even voorstellen   Werk & Zingeving   Eigen bedrijf   Interviews   Downloads   Nieuwsbrief   Contact  


In gesprek met: Paul Botden

Augustus 2009, Over kinderen, de kunst van het willen leren, verlies, met elkaar delen, genieten, motivatie en mensen die 'oe willen kommen oplaajen'.

Het onderwijs was geen bewuste keuze. Ik koos voor de sport. Geweldig. Ik koos voor ‘Dolce far niente’; het schijnbaar heerlijke nietsdoen. Het onbezorgd achter de bal aanhollen. Ik was altijd heel dicht bij mezelf als ik aan het sporten was. Geen grenzen; een vorm van onbezonnenheid. Niemand die met je meekijkt. Zoals jullie, met zo’n eigen bedrijf, lijkt me geweldig. Ik snap dat er heel andere verantwoordelijkheden liggen, maar je beschikt over je eigen tijd. Je kunt gewoon zeggen: 'we doen alles een uurtje later'.

Buitenbeentje

Wij kwamen uit een wetenschappelijk georiënteerd gezin. Mijn vader was een wis- en natuurkundige. Universitair geschoold man, een echte Philips direkteur. Die vond het verschrikkelijk dat zijn zoon alleen maar wilde voetballen. Hij was een ontwikkelaar, reisde over de wereld, China en Japan om verhalen te vertellen over röntgenapparaten. Die vond het verschrikkelijk dat zijn zoon voetballen belangrijker vond dan studeren.

Misschien zag hij in mij dingen waar hij een beetje jaloers op was. Al mijn zussen hebben universitair gestudeerd. De ene medicijnen, de andere wiskunde, psychologie, pedagogie. Wat ik deed kon niet. Absoluut niet, maar eigenlijk vond mijn vader het ook wel heel erg spannend.

Zo vader, zo zoon

Precies hetzelfde als ik mijn zoon Luuk zie doen. Geen van mijn dochters (Lieke en Floor) krijgt zoveel op hun sodemieter als Luuk, maar eigenlijk denk ik ‘snotverdikkie man, wat heb je me een leven’. Het afgelopen weekend in Eindhoven, zegt hij: ‘pap, ik blijf.’ Zestig kroegen naast elkaar. En dan heb je zo’n oude lul, die zegt: ’zou je het nou het wel doen?’ Ik denk dat mijn vader ook zo naar mij gekeken heeft.

Sportacademie

Ik koos dus voor wat ik leuk vond. Ik zat op zo’n groot categoraal gymnasium. Ik was geen student en toen er een HBS afdeling op school kwam wist ik niet hoe snel ik moest overstappen. Tot verdriet van mijn vader. Ze zeiden op school: ‘Jij moet naar de sportacademie.’ En dat ging voor mij niet over kinderen maar over sporten. Ik ging bij Marjo wonen (zijn vrouw, die in 1997 overleden is) in Tilburg. Verschrikkelijk hard gesolliciteerd, ik kreeg een heel klein invalbaantje. Een paar honderd gulden in de maand. Toen ben ik fysiotherapie gaan studeren in het weekend. Heb ik in een jaar tijd mijn A-diploma gehaald.

Leerstof of kinderen centraal

Ik kreeg pas, toen ik zelf kinderen had en toen die aanspreekbaar werden, in de gaten dat het onderwijs ook wat met kinderen te maken had. Vroeger was de leerstof super belangrijk. Je moest Franse lidwoorden leren, onregelmatige werkwoorden. De leraar stond in dienst van de leerstof. Kinderen op gymnastiek moesten hun grenzen leren kennen, leren koprollen, trainingsloopjes maken. Doorzetten. Toen de gymnastiek meer in dienst kwam van het beter functioneren als mens, had ik nog niet in de gaten dat het om de kinderen ging. Pas toen ik in mijn eigen kinderen mensen herkende, begon het te veranderen. Toen was ik al in de dertig.

Ik kom oe oplaaje

Als kinderen in Tilburg het niet goed deden, kwamen ze op een bepaalde LTS terecht. Daar gaf ik les. Mijn tweede baantje. Ik herinner me Cornee: allerlei commentaar had Cornee. Ik zei: 'Vriend, vertrek maar'. Hij vloekte. Op zijn Tilburgs.’Vanoavend kom ik-oe oplaaje’, zei hij. ‘Dan neem ik heel Quireinstok mee.’ ‘Wandelbos ook’, zei ik, ‘Kom maar.’ (Volksbuurten in Tilburg, waar altijd wat gebeurde. Wij woonden daar.)

Die avond ben ik boven gaan zitten, ik woonde in een studentenhuis met negen meiden. Uiteindelijk is er niks gebeurd. De volgende les zei die jongen toen ik in het zwembad bezig was; ‘Meneer, kan ik wat klaarleggen?’ En ik zei: ’In geen honderdduizend jaar, flapdrol, sodemieter maar op.’

Herkenbaar zijn

Naderhand heb ik dat nog zo vaak teruggehaald voor mezelf. Je moet herkenbaar zijn voor kinderen. Niet de ene keer zeggen: sodemieter op en de volgende keer aaien. Kinderen moet je niet foppen. Structuur is voor een kind zo ontzettend belangrijk. Omdat je er dan ook vanaf kunt wijken. Ik doe ontzettend veel rare dingen, maar ben tegelijkertijd misschien wel één van meest strenge leraren van school.

We kunnen nu alle schoolfeesten nog op school houden. Er komen nauwelijks politiewagens. Maar het wordt harder. Kinderen zullen zo onverdraagzaam worden dat we ze niet meer kunnen 'tillen'. Omdat ze nauwelijks moeite meer willen doen; het wordt ze allemaal te gemakkelijk gemaakt. Wij zijn niet herkenbaar genoeg. Wij geven niet aan dat we sommige dingen in alle gevallen willen terugzien.

School begint in de gang

School begint in de gang. Als ik mijn fiets in de fietsenstalling zet, begint het al: ‘Oh, wat had jij een mooi cijfer!’ ‘Heb jij goed geleerd?’ Wat zie jij er patent uit vandaag, zeg.’

Veel kinderen worden door thuis nauwelijks meer gehoord en gezien. Ook nauwelijks meer door vriendjes en vriendinnetjes, want iedereen rijdt op dezelfde scooter, luistert naar dezelfde muziek en maakt dezelfde herrie. Je hoeft geen moeite meer te doen om een plekje te bevechten. Ik moest me suf solliciteren voor een baan. Maar de eerste drempel in het onderwijs is nu niet hoog genoeg.

Motivatie

Het is de kunst om kinderen door jouw stijl van doceren zo gemotiveerd te krijgen dat ze zeggen: 'Nou ga ik mijn huiswerk maken om te kijken of ik heb gesnapt wat er in de les verteld is.' Als een onderwerp in de les niet interessant gevonden wordt, zullen kinderen er ná de les niet meer naar omkijken. Je zult dus andere voorbeelden moeten gebruiken, andere onderwijsmiddelen (video, internet etc) moeten inzetten om de motivatie op gang te brengen en in stand te houden.

Elk kind is beter in iets dan een ander

Elk kind moet in de gaten hebben dat het ergens beter in is dan een ander. Elk kind heeft kwaliteiten, waardoor het net als alle anderen super trots door de school kan lopen. Om die kwaliteiten eruit te halen en als waardevol te benoemen dat is de kunst. Als je vraagt in een klas: wie kan er iets heel erg goed? Dan wijzen ze allemaal naar iemand die muziek maakt. Of heel goed kan dansen. Maar ook een verzameling bijhouden, of goed zijn in computerspellen, of iedere dag trouw en secuur folders rondbrengen zijn kwaliteiten waar je trots op kunt zijn.

Veel karaktereigenschappen van kinderen worden nu als “negatief” beoordeeld maar zullen later waarschijnlijk als heel waardevol gezien. Een kind dat nou voortdurend loopt te kwekken en te doen, blijkt straks een buitengewoon mondig mens te zijn. Een kind wat heel verlegen is, nauwelijks iets zegt en het af en toe toch eens probeert, blijkt later een geweldige luisteraar te zijn.

Inspirerende leraren

Mijn oude Griekse leraar, meneer Ruppener, heeft mij bijzonder geïnspireerd. Hij liep door Griekenland. Ik had hem in de tweede klas. In de eerste klas was ik blijven zitten, maar ik moest en ik zou dat gymnasium afmaken van mijn vader. Van Grieks snapte ik geen bal.

Mijnheer Ruppener liep voor school een rondje over het schoolplein. Omdat ik vlak bij school woonde kwam ik altijd naar school gelopen. Nooit kruisten onze wegen elkaar. Tot hij op een dag van zijn pad afweek en naar mij toekwam. Dat deed je niet, veertig jaar geleden, als leraar. Leerlingen kwamen naar leraren en niet andersom. Het enige wat je in die tijd van leraren zag waren de punten van hun schoenen. Zeker van de paters. Ja pater, nee pater, is goed, pater.

Let op wat je zegt en niet zegt

Hij was getrouwd, dikkig, klein en aardig. Hij tikte me op de schouder en zei: ‘Paultje Botden’ (fluistert: dat hij mijn naam wist) ’Wat ben jij een slim jongetje’. Ik had een zeven gehaald en alles bij elkaar gespiekt. Maar het feit dat die man dat zo tegen mij zei. Het feit dat ik dat nu noem. Apetrots was ik! Dat voorval zorgt ervoor dat ik tegen alle mensen op school zeg: ‘Je moet heel goed oppassen wat de impact is van wat je tegen mensen zegt en wat je niet tegen hen zegt. Of wat je hen onthoudt. Ooit zei een leerling tegen mij: ‘Mijnheer ik ga een toespraak houden op de diploma-uitreiking en dan ga meneer de Groot een compliment maken.’ Ik zei: ‘Dat moet je niet doen, want het is een algemeen verhaal en het is beter om dat algemeen te houden.’

Daar heb ik nou nog spijt van. Want die man had dan in een overvolle zaal een compliment gekregen en iedereen had gezegd: ‘De Groot? De Groot? Wie is dat?’ Zie je meneer De Groot al groeien, al trots zijn? Ander voorbeeld: Ik had een gymnastiekleraar en die zei: ’Paultje Botden, als jij iets meer ruggengraat had, zou jij alle sporten kunnen beheersen die je aan zou pakken.’ Maar dat heb ik naderhand nooit opgerakeld als mogelijke inspiratiebron voor wat ik heb gedaan. Terwijl ik nog zie in welke hand hij zijn sleutelbos had, waarmee hij altijd kwam aanrinkelen.

Verlies

Het verlies van mijn zoon Basje en van mijn vrouw Marjo heeft een enorme impact gehad op mij en dus ook op mijn werk. ‘Je leeft maar zo kort en je bent zo lang dood,’ heeft Huizenga ooit eens gezegd. Als je betekenis wilt geven in je leven, heb je altijd andere mensen nodig. Ik zei zopas toen ik hier bij jullie tweeën binnenkwam: Delen is zo belangrijk. Een heleboel mensen kun je uitkiezen, maar er zijn er een aantal die bij je horen. Daar ben je onlosmakelijk mee verbonden. Het kan toch niet zo zijn dat die mensen vertrekken, ongevraagd.

Dan vallen er enorme zekerheden weg. Het is niet te begrijpen dat een kind doodgaat. Zeker niet als je een gelovig mens bent.

Veel fietsen, weinig Lourdes

Ik ben nog steeds een gelovig mens. Ik ga dit jaar op de fiets met vakantie en dan fiets ik naar Lourdes. Dat heeft heel veel met fietsen te maken en een klein beetje met Lourdes. Maar ik kies wel voor Lourdes. Ik zal daar wel een kaars opsteken, zoals in elke kerk waar ik kom.

Ik heb veel geïnvesteerd in het zoeken naar een rechtvaardiging, een verklaring van de pech die ik in mijn leven heb gehad. Ik ben gekomen tot het volgende beeld: Er bestaat wel een God. Hij heeft een hoop dingen voor elkaar, maar is niet almachtig genoeg om dit soort grote dingen in handen te hebben. Als ‘t je overkomt, is ie wel slim genoeg en vaardig genoeg om van bovenaf een beetje mee te helpen. Om te zorgen dat die last te dragen is, maar Hij kan het niet voorkomen.

Zou het mogelijk zijn om een teken te krijgen uit het hiernamaals? Zoals van Marjo. Ik mag graag visualiseren dat Marjo daar ergens bij die heg zit buiten en ons hier ziet. Ik ga haar zeker terugzien, maar dan in de vierde dimensie. Maar de woorden en de zintuigen die we nu inzetten zijn die van de ons bekende dimensies en dus niet toereikend. Het zal op een manier gebeuren die we niet kunnen bepraten. Het kan niet zo zijn dat je zomaar geleefd hebt.

Genieten en verdrietig zijn

Het verlies van Marjo en Basje heeft me geleerd om echt te genieten. Om niet verder vooruit te kijken dan een jaar.

Ik zal het aan school koppelen. Ouders kwamen met hun zoon bij me: 'Hij heeft een advies voor havo, zit nu op vmbo en daarom moet er Frans in dat pakket.' Toen zei ik: Het gaat er niet om dat die jongen een pakket kiest waar hij over twee jaar wat mee kan, maar waar hij morgen gelukkig mee is. Het gaat erom dat die jongen na de grote vakantie zegt: ‘Dit is mooi. Ik heb zin om te beginnen.’ ‘Daar kan ik wat mee, pap, mam,’ zei die jongen.

Inzetten op het moment

Wat er gebeurd is heeft me geleerd om niet te sparen voor een camper voor als ik vijfenzestig ben. Of om een korte broek aan te trekken op het moment dat ik denk dat het goed is. Alles inzetten op het moment. Genieten, verdrietig zijn. Ga niet zeggen; straks heb ik grote vakantie, daar heb ik zo ontzettend veel zin in. Deze drie weken tot aan de vakantie, daar zit ook al vakantie is. Iedere dag.

Basje werd twee-en-een-halfjaar en Marjo was daarna redelijk snel zwanger van Luuk. Luuk heeft twee-en-een-half jaar in zijn wieg gelegen terwijl ik er amper naar gekeken heb. Met de gedachte 'het zal me niet weer gebeuren', met twee-en-een-halfjaar. Mijn grote schrik is dat ik het nog een keer meemaak.

Niet opnieuw

Nee, ik heb geen nieuwe relatie. Omdat ik schrik heb om het nog een keer mee temaken. Nog een keer iets kostbaars verliezen. Nog een keer opnieuw positie te bepalen. Nadenken wat ik wil delen, hoe ik het wil delen Maar stel dat er op een gegeven moment een aardige jonge dame komt met een zwaar belast verleden. Die haar gevoelens wil delen. Die niet op mij uit is, maar op een klankbord voor haar verhalen. Dat wil ik niet. Ik moet er niet aan denken. Wel voor een avond en ook wel voor een lange fietstocht. Maar niet voor het leven.

Trots en moeite doen

Tot slot: een paar toverwoorden voor het onderwijs en voor het leven: Trots. Moeite doen. Er moet spanning zijn. Tussen mensen. tussen een leraar en een leerling. Je moet een situatie creëren waarin kinderen willen leren. ‘Kijk’ schuift zijn bril een beetje naar beneden en kijkt eroverheen. Doodringend. ‘Luister, moet je goed luisteren’….En laat een stilte vallen. ‘Je moet spanning opbouwen. Dat kun je haast mathematisch doen. Ik wil dat dingen goed overkomen.

Morgen moet het gebeuren. Niet volgend jaar.'

Paul Botden
Paul Botden

In gesprek met:
Paul Botden (1953)

Paul Botden

Paul Botden

Paul Botden

Paul Botden


Eerdere interviews over het onderwijs:

René Haantjes (Wielerschool)

Klaas de Geus (docent Nederlands)

Lilian Hüttner & Carla van de Meerendonk (samen 80 jaar onderwijs)

Lieke Botden (docente bijzonder onderwijs)

An de Cock en Karel Overbeek (van Stichting Het Dagelijks Bestaan - bijzondere leerplek voor jongeren)



Contact:

E-mail: Stuur nu uw e-mail

Adres:
Weerdslag 70
7206 BT Zutphen

Telefoon:
0575 - 572 154


Design: 2004 The Communication Factory BV