Coaching bij Synergy at Work
Home   Even voorstellen   Werk & Zingeving   Eigen bedrijf   Interviews   Downloads   Nieuwsbrief   Contact  


In gesprek met: Maartje Heeringa

September 2010. Over mensen blij maken, feedback van de wereld, intense werkelijkheid, maatschappelijk engagement, teamwork en afstandelijke betrokkenheid.

Niet mijn ding

Ik zat op de HBS in Beverwijk en na drie jaar wist ik wel dat abstract studeren niet mijn weg was. Op zaterdag werkte ik in een chique bejaardentehuis in Bloemendaal waar ik niet alleen schoonmaakte, maar ook van alles deed met de bewoners. Het voelde natuurlijk en goed om zo mensen te ontmoeten. Er was altijd een soort wederzijdsheid in het contact.

Ik besloot na het derde jaar van school te gaan. In Castricum stond een psychiatrische instelling. Ik zag een uitgebreide advertentie en raakte geïnteresseerd.

Beetje jong

Ik werd daar leerling; dat was in één keer rond. Daarna ben ik naar Duin en Bosch gegaan in Bakkum (thans GGZ Dijk en Duin). Dat bestaat allemaal nog. Ik was toen zeventien en een half, ging het huis uit en ging daar intern wonen. Heel erg jong. Kreeg collega-leerlingen uit het hele land. Dat werden vrienden en vriendinnen. Heel veel vielen er in de loop van de tijd af. Het was hectisch; je woonde voor het eerst op jezelf. Eind zestig- begin zeventiger jaren. Een hele intense tijd.

Op mijn manier was ik braaf, plichtsgetrouw. Ik heb die opleiding niet moeiteloos, maar wel in één keer gedaan. Ik merkte dat het me heel erg boeide, mijn persoonlijke ontwikkeling zette zich versneld in. Dat was ook de bedoeling van die opleiding. We kregen empathie trainingen. We lazen en bespraken: 'Wie is van hout' van Foudraine. Ik realiseer me nu hoe jong je dan eigenlijk bent. Een opleiding op je achttiende in de psychiatrie, dat mag ook best pas als je vierentwintig bent.

Blij maken

Mijn beoordelingen waren altijd ongeveer zo: je psychologisch analytisch vermogen, nou ja, je bent per slot van rekening nog jong, maar als jij op de afdeling komt, maak je de mensen blij. Ze vinden het fijn dat je komt, het is goed dat jij dit doet.

Dat stelde me gerust, omdat ik zelf ook dacht: het klopt, zo doe ik het hier. Met mezelf.
Maar ik wist er niet altijd raad mee. Soms was ik ontzettend beducht voor wat ik zag. Voor wat mensen door moesten maken. Ze waren altijd veel ouder, waren al vader of moeder, hadden ingewikkelde levens. Waar stond ik nou eigenlijk?

De wereld geeft feedback

Ja, ik heb me wel eens afgevraagd wat ik anders had willen doen. Maar dan kom ik op het punt, dat ik voor veel dingen de kwaliteiten niet in huis heb. Had bijvoorbeeld graag muzikant willen worden, maar ik ben nerveus als ik moet presteren. Dan verlies ik mijn natuurlijkheid en dat maakt je ongeschikt voor elk optreden. Ik heb thuis veel instrumenten en daar ben ik gelukkig mee. Speel gewoon voor mijn eigen plezier.

In het sociale kan ik mijn creativiteit ook uitleven. De wereld vertelt je overigens ook, waar je goed in bent. Als iemand zegt: het is fijn dat ik met je heb gesproken of het is fijn dat je er vandaag bent, dan vertelt dat iets over mij dat ik serieus neem. De keus voor dit werk heeft me een gevoel van bestemming gegeven.

Zonder zorg

Ik heb overigens een aantal jaren helemaal niet in de zorg gezeten en daar ben ik ontzettend blij om. Ik maakte ooit een wereldreisje, huwde en heb ik een tijd in een bloemenkas gewerkt, gewoon om eventjes aan geld te komen. Daarna heb ik kinderen gekregen, het beste en mooiste wat mij ooit is overkomen. En verhuisden we naar Zutphen. Daar hebben we samen met een vriendengroep een eethuis opgericht. De Kloostertuin. Een vegetarisch restaurantje, een bijzondere tijd.

Het was in die tijd nog ongebruikelijk dat moeders het huis verlieten en aan het werk gingen. Daar ben ik ontzettend blij om, want ik heb veel beleefd aan die eerste tijd met mijn kinderen. Al onze vrienden hadden kinderen én we hadden onze idealen. In de alternatieve sfeer natuurlijk. De kinderen gingen naar de Vrije School. Het gedachtegoed van de antroposofie sprak me erg aan, en hoe dat vorm kreeg in het onderwijs vond ik inspirerend en gaf mij een diep vertouwen in het leven. Ik ben dankbaar dat mijn kinderen daar hun leerweg hebben doorgemaakt. Zij zelf trouwens ook.

Behoefte aan religie

Maar er waren ook dingen in mijn leven die redelijk ontwrichtend waren. Ik ben in die tijd gescheiden en die stap is heel bepalend geweest voor hoe mijn leven verder is verlopen. Wat ik hierover wil zeggen is dat de liefde blijkbaar nooit is verdwenen en dat wij nu een bijzondere hechte verbinding hebben met twee nieuwe samengestelde gezinnen. Waarvan wij allen vinden: een warm draagvlak, een grote liefdevolle cirkel met inmiddels zelfs al kleinkinderen.

Ik was al veel eerder in aanraking gekomen met de antroposofie. Had behoefte aan religie. Was al een paar jaar bij de Rozenkruisers geweest. Dat paste bij mijn kerkelijke achtergrond. Het kon niet verder uit elkaar liggen en tegelijkertijd was het een vloeiende beweging. Het gevoel van eerbied voor het hogere.

Worden wie ik ben

Ik heb me sterk met het hele gebeuren in en rond de vrije school verbonden. De werkgroepjes, leesclubjes, de vrouwengroep. Maar ook met de praktische dingen die moesten gebeuren. De mensen die ik in die tijd allemaal heb ontmoet, hielpen mij te worden wie ik nu ben. Ze hebben mijn leven verdiept.

Toen ik veertig was wilde ik toch echt wel weer gaan werken. Met heel veel schroom overigens. Ik had zo’n gevuld leven. En ik was al met al wel vijftien jaar uit mijn vak weggeweest.

Weer aan het werk

Maar ik dacht: ik heb een B-diploma (psychiatrie). Ik ga solliciteren. Een beetje met de moed der wanhoop. Ik moest en wilde ook weer in mijn eigen onderhoud voorzien. Destijds heb ik gesolliciteerd op het Groot Graffel in Warnsveld (Berkel paviljoen). Ik had nog niet in de gaten hoe het eigenlijk toeging in de zorg. Zei: Ik wil graag werken van negen tot een. Ik ben alleenstaand ouder, dus dan kon ik de kinderen daarna mooi weer opvangen. Die manager zei: 'Je bent aangenomen, maar voor vijf dagen in de week en van half acht tot drie.'

Toen ben ik naar mijn vriendin Nicole gegaan en heb ik daar eerst eens een potje zitten huilen. Ik zag er zo tegenop om weer 'ja' te zeggen tegen wat het werk in mijn herinnering was; je deed het met huid en haar. Niet iets wat je er zo even bij doet. Mijn leven was al heel vol met mijn kinderen.

Intense werkelijkheid

Van de collega’s van toen zitten er nog een aantal in mijn team. We zijn samen doorgegroeid, negentien jaar lang. Zij zeiden destijds: ‘Oh, die doet het allemaal zo blij, die blijft geen week.’
En ik vond het na al die jaren in het spirituele, antroposofische circuit een cultuurschok. Vanaf het moment dat ik daar werkte wist ik: dit is zo'n intense werkelijkheid, ik werd onderdeel van een bijdehand en slagvaardig team. Geen 'dagspreuk' vooraf; maar wel hoofd, hart en handen.

Maatschappelijk engagement

Voor mij was het een enorm maatschappelijk engagement in een branche die er heel erg toe doet. Het was niet eenvoudig om mijn werk te combineren met mijn gezinsleven. Je moet acte de présance geven en dat ik dat in die tijd heb kunnen opbrengen met veel inzet, verbaast mij achteraf. Het is, nu mijn kinderen volwassen zijn, veel gemakkelijker om dit werk met toewijding te doen.

Negentien jaar werk ik al met chronische cliënten (vanaf 55 tot 80 jaar) en ik heb daar ook veel affiniteit mee heb. Je probeert niet meer of mensen nog beter worden of terug kunnen naar waar ze vandaan komen. Het komt nooit meer zo goed als je iemand zou toewensen. Maar je gaat een relatie aan, een verbinding, die voor langere tijd is, voor sommige mensen tot aan hun dood.

Verbinding en beperking

Juist de verbinding voor lange duur doet mij goed. Met hoe iemand in het leven staat en met beperkingen die pijnlijk zijn. Wij kunnen proberen om mensen te helpen om zó met die beperkingen om te gaan dat het een waardig en eerlijk leven is.

Voor mij gaat het erom dat je je zo met elkaar verbindt, dat je samen de beperking overstijgt. Dat je in het gebied komt, waar je elkaar gewoon ontmoet.

Ontroerend

Je moet blijven zien wat er aan de hand is, anders ga je voorbij aan iemands moeilijkheden. Het meest ontroerende is dat ik soms het gevoel heb: wie helpt nou wie? Dan heeft zo’n contact iets tijdloos. It is a gift.

In de chronische zorg zie je dat mensen zichzelf ook lichamelijk niet meer zo tot hun beschikking hebben. Het is 24-uurs zorg geworden. Ouder worden is sowieso al niet gemakkelijk, maar dat wordt hier wel heel erg duidelijk. Naast mijn persoonlijke motivatie (de Dalai Lama zegt: create your motivation) is het heel belangrijk dat je elkaar aanvult in een team, dus ook met elkaars beperkingen en karakter. Als je met het geheel van wie ieder is, een team kunt vormen, dan draag je zo’n afdeling.

Teamwork

In mijn geval zijn er zestien zorgvragers en achttien vaste krachten. Als er frictie is als je ‘s morgens binnenkomt, dan ziet de dag er niet goed uit. Je werkt immers erg nauw samen en bent zelf het instrument. Je moet voortdurend overleggen. Qua sfeer moet je ja tegen elkaar zeggen. Van ons team zit er nu helaas iemand thuis. Die heeft ondervonden dat dat 'ja' er niet was.

Dat raakt mij heel erg. Je bent daar als team ook verantwoordelijk voor. Ons team bestaat uit elkaar aanvullende, maar soms ook tegengestelde karakters. Sommigen zijn heel gestructureerd, anderen kunnen heel goed sfeer maken. Weer een ander kan goed beleid uitstippelen.

Maar er kan zich een allergie tussen bepaalde persoonlijkheden ontwikkelen. Juist omdat je voortdurend moet overleggen en op elkaar bent aangewezen. Dat is bij ons recentelijk gebeurd. Dat roept bij mij enorme loyaliteitsconflicten op, want ik ken beide collega’s al negentien jaar. Hoe je dit met elkaar opvangt is niet eenvoudig. Het werk is op zichzelf al zwaar en het staat of valt bij een warm en goed functionerend team.

Afstandelijke betrokkenheid

Je moet professioneel zijn, maar ook heel betrokken, je moet je grenzen kunnen aangeven wanneer iemand te dichtbij komt. Want cliënten vragen zich heus niet af wat jij wel of niet aankunt. En dan heb ik het nog niet over de familie. Cliënten die bij ons opgenomen zijn, zijn innig omgeven door familie. Die van ze gehouden hebben of dat nog doen. Echtgenoten, broers, zusters. Die hebben hun eigen ideeën over de behandeling. Ook daarop moet je zijn afgestemd.

Je moet soms zeggen 'daarover kunnen wij geen mededelingen doen om redenen van privacy'. Maar tegelijkertijd zijn ze erg bewogen met de geliefden die aan ons zijn toevertrouwd. Je moet een soort driehoeksverhouding creëren. Dat vind ik heel belangrijk, het contact dat je met het bezoek en de familie hebt. Dat die ook zien dat het een transparant open gebeuren is. Ook al is het een gesloten afdeling.

Grootste vreugde

Mijn grootste vreugde van de laatste tijd? We krijgen een enkele keer iemand die zo vers uit de buitenwereld komt en die daarvoor nog nooit in één of ander traject gezeten heeft. Er kwam iemand die ik al dertig jaar had gevolgd. Ik kwam hem tegen in mijn woonplaats. Ik had altijd het idee dat er iets met hem was. Hij fascineerde me ook. En op een gegeven moment ontdekte ik tot mijn schrik dat hij 's nachts bij ons was opgenomen. Onvrijwillig. Voor hem was dit een cultuurschok. Toen besefte ik: vanaf nu is dit zijn realiteit.

Dat raakte me diep. Nu komt het erop aan, dacht ik. Wat kunnen wij hem bieden en hoe kunnen wij zo met hem omgaan dat hij deze gedwongen opname enigszins kan verdragen en aanvaarden. Het was niet gemakkelijk maar na een paar maanden is er zo veel verbetering gekomen dat wij kunnen zeggen: het gaat naar omstandigheden goed met hem.

Mijn vreugde is dat het goed met hem gaat.

In gesprek met:
Maartje Heeringa (1952)

Maartje Heeringa

Maartje Heeringa

Maartje Heeringa

Maartje Heeringa

Maartje Heeringa


Contact:

E-mail: Uw reactie

Adres:
Weerdslag 70
7206 BT Zutphen

Telefoon:
0575 - 572 154


Design: 2004 The Communication Factory BV