![]() |
|||||
| Home Even voorstellen Werk & Zingeving Eigen bedrijf Interviews Downloads Nieuwsbrief Contact | |||||
In gesprek met: Lilian Hüttner & Carla van de MeerendonkJuni 2009, Over onderwijs, opvoeden, vertrouwen, respect, duidelijke grenzen, kanjertraining, inspirerende kinderen en pushende ouders.
Samen zo'n tachtig jaar ervaring in het onderwijsLilian: Ik kwam in 1984 bij de Achtsprong, nadat ik sinds 1968 in Deventer werkte. Ik kwam mijn zoon Pascal opgeven, zat op de rand van de zandbak met mijn dochtertje Nadine. Toen kwam Wim Suter (hoofd van de school) naar mij toe en zei: ’Ik heb nog iemand nodig voor twee en een half uur. Red jij dat met je kinderen? Het gaat om een vakleerkracht handvaardigheid.’Carla: Ik kwam in ’79 op de Achtsprong. Tien jaar eerder was ik gestart op de Don Bosco school (Ik zit dus nu veertig jaar in het onderwijs) en daar waren Wim Suter en ik collega’s. Wim was in 1975 begonnen als hoofd van de Achtsprong. Ik ben er achteraan gegaan. Mijn kinderen werden groter en één dag werken werd twee dagen. Zo ging dat. En ik kreeg mijn eigen klas. Inmiddels werk ik al jaren drie dagen per week. Met negentien banjers op de fietsCarla (heeft nu groep acht): Ze zijn net op kamp geweest. Negentien van die banjers op de fiets en ik achteraan in de rij. Je kunt beter vooraan rijden, dan zie je niks. Ja, het schooljaar is bijna om. Straks nog de musical.Lilian (groep 5): Behalve twee meisjes gaat de hele klas over. Een meisje blijft achter op elk gebied. Haar vader zei: 'Als je wat meer aandacht aan mijn kind had besteed, had ze het wel gehaald.' Daar hebben we meer gesprekken voor nodig gehad. Zoiets lukt niet in een klas met een-en-dertig kinderen. De interne begeleider heeft toen een aantal testjes op reken- en taalgebied uitgevoerd en daaruit bleek dat ze einde groep vier nivo had. Toen gingen de ouders wel accoord omdat wij altijd het belang van het kind voorop stellen. Gevolgen van scheidingEen ander meisje heeft vorig jaar te maken gehad met een scheiding. Is toen met de hakken over de sloot over gegaan. ‘t Kind zat niet lekker in haar vel. Toen hebben we toch gezegd: laat ze het maar in groep 5 proberen. Die ouders hadden een slechte omgangsregeling. Het kind moest van de één naar de ander. Nu gaat het veel beter. Beide ouders zien gelukkig dat zij die inhaalslag moet maken. Anders moet ze veel te erg op haar tenen lopen.VMBO niet populairCarla: Nee, ouders zijn het er lang niet altijd mee eens als een kind blijft zitten. Ouders kunnen heel erg pushen. Dat doen ze in groep acht ook. Over het schooladvies. Vooral het VMBO heeft zo’n slechte naam door al die publiciteit. Terwijl er heel weinig mensen weten dan het VMBO vier stromingen heeft. Die negatieve publiciteit gaat over de onderstroom van het VMBO, niet over het VMBO-T, de vierde stroom. Mijn voorkeur gaat altijd nog uit naar de derde, KB, dat is een stapje lager. Daar hebben ze een of twee praktijkvakken en voor de rest theorie. En die KB- en die T-kinderen komen allemaal weer samen en gaan naar hetzelfde middelbaar beroepsonderwijs.Lilian: we geven in februari het eerste verslag (vroeger rapport) mee met de 1e citotoets resultaten. Ouders komen dan op het 10-minuten gesprek en we melden het dan al als kinderen achterlopen op bepaalde (leer) gebieden. Ouders willen dan veel oefenstof mee om het kind de achterstand in te laten lopen. We zeggen dan: oefenen mag, maar niet teveel, want uw kind moet ook na schooltijd lekker kunnen spelen. Zo'n kind moet op school al zo hard werken om alles bij te kunnen benen. Niet alle dagen feestCarla: ’Tuurlijk heb je wel eens een dag dat je helemaal geen zin hebt. Dat heb ik zelden. Ik zou tot mijn tachtigste door kunnen gaan met les geven. Behalve al die rompslomp, die lijstjes.Maar OK, ik weet nog een dag dat ik geen zin had. Op een morgen in groep 8. ‘ O juf, wat ben je chagrijnig, moet je ongesteld worden?’ ‘Ja, en daar zou ik voorlopig maar rekening mee houden.’ Het contact met de kinderen is zo inspirerendLilian: Wat je inspireert is vooral het kind zelf. Niet alle toetsen en rompslomp. Ik heb dat ook: ik zou ook doorkunnen tot mijn tachtigste. De informele kontakten met kinderen zijn heel belangrijk.Een kind dat zegt ’Juf, ik vind dit moeilijk.’ Ik heb een zittenblijver die altijd anderen zal helpen. Kijk, dit armbandje heeft ze voor me gemaakt. Kinderen die er heel hard voor moeten werken en die niet opgeven, die geven je inspiratie. En niet gefrustreerd raken, maar gewoon doorgaan. Ik heb een Turks meisje in de klas. Als ze een som niet snapt, moet ze een zogenaamd vraagblokje op haar tafel neerleggen. Zegt ze: ‘Juf, nou is het twaalf uur en je bent helemaal nog niet bij me geweest. Ik wil dit snappen voordat ik naar huis ga.’ Ik had van de week veren nodig voor biologie en zij zei: ’Juf, ik heb er maar wat meer meegenomen voor kinderen die het vergeten zijn.’ Ook kinderen die sociaal zijn, iets voor een ander over hebben, inspireren mij. Carla: Dat heb je. Je hebt altijd dezelfde kinderen die dingen meenemen die je nodig hebt. Weet je wie mij inspireren? Eigenlijk elk kind op zich. Hoe het is, wat het doet. Als je ‘s morgens naar school gaat met het gevoel. ‘Nou vandaag had ik wel eens thuis willen blijven: Dan sta je in de deuropening, dan komt dat spul eraan, dan is het goed.’ Belhamels en vertrouwenJa, je hebt natuurlijk hele lastige kinderen. Wat ik mezelf altijd afvraag, hoe komt het nou dat een kind zo doet? Hoe komt het dat-ie is zoals-ie is. ‘t Is niet altijd gemakkelijk om ermee om te gaan. Maar dan heb ik altijd in mijn achterhoofd de wijze woorden van mijn moeder. Ze zei: ‘Een aai over de bol doet wonderen.’ Als een kind altijd het negatieve hoort, gaat hij er op een gegeven moment zelf in geloven.Ik heb een belhamel in de klas, een echte belhamel. Maar dat kind heeft een last op zijn schouders, een geschiedenis. En vind je het dan gek? Wat heel belangrijk is dat je het vertrouwen wint. Als je zo'n lastpak hebt, en je hebt z’n vertrouwen gewonnen, dan accepteert zo'n kind het ook als je hem op zijn donder geeft. En dan kun je hem ook een aai over zijn bol geven. Diezelfde belhamel, een maand of twee geleden, tijdens een creatieve les, hij was er toch zo druk mee en erin verzonken, riep: ’Mamma!’ Hij kreeg natuurlijk gelijk de halve klas over zich heen. Hij kleurde ervan. Ik zeg: ‘Jelle, ik vind het wel gezellig hoor, ik heb nog een kamertje over thuis.’ KanjertrainingLilian: Bij mij in groep 5 speelt dat net zo. Ik heb ook een kind, dat een hele nare thuissituatie heeft. Hij is echt gewelddadig tegen de andere kinderen. Maar wij hebben een kanjertraining. Die geeft ons en de kinderen handvaten om niet het negatieve gedrag te benaderen, maar de andere kant.'Kunnen jullie tips geven, want X vindt het moeilijk. Moeilijk om niet te gaan slaan als hij verliest.’ De kinderen helpen, maar X vindt het nog steeds moeilijk om dat in praktijk te brengen. Als je hem in ‘de een-een’ hebt, is het het liefste jongetje van de hele wereld. En dan zegt hij gewoon: 'Juf, ik had vandaag echt een slechte dag'. Nu zit hij vooraan in de klas bij het bureau en heeft veel vertrouwen in mij. De kinderen en ik geven hem tips. Zijn ouders moeten nu ook op school komen. Omdat hij dat gewelddadige gedrag met name vertoont als er geen juffen in de buurt zijn. Grenzen stellen en opvoedenCarla: Daar heb je weer zo’n voorbeeld. Als je hem kunt begrijpen en in zijn huid kruipt, dan kun je hem helpen. Dan keur je het moeilijke gedrag niet goed, maar je laat hem voelen: ‘Ik snap je wel. Ik ben er voor je en als het nodig is krijg je een 'schop onder de kont'. Figuurlijk natuurlijk en nooit echt.’
Lilian: Dan zeg ik tegen Y: ik hou zoveel van jou en dan doe je dit. ‘Ik had mijn dag niet, juf, en de anderen deden ook wat en nou let je ook nog de hele dag alleen maar op mij.’ Zijn moeder zegt dat hij die grenzen heel hard nodig heeft, omdat hij ADHD heeft. In de maanden dat ik ziek was met die invallers, toen was hij niet te harden. Carla: Toch vind ik wel dat een kind onder alle omstandigheden respect moet hebben voor volwassenen. Je moet je soms bijna met de opvoeding die het kind thuis krijgt bemoeien. Ik vind dat heel moeilijk.
Geduld, flexibel en consequentLilian: Als je in deze tijd het onderwijs in wilt, moet je vooral geduld hebben en flexibel zijn. En je moet echt van kinderen houden, ook al heb je je dag niet en ook al zijn het geen lieverdjes. Je hebt met heel veel te maken. Niet alleen met lesgeven, ook met de ouders, de omgeving van het kind.
Carla: Je moet een band met kinderen kunnen opbouwen. Niet denken dat je daar een dag kunt gaan staan en je lesje af kunt draaien. In veertig jaar is het me nog nooit gelukt om mijn lijstje voor een dag af te werken.
Ik merk zelf dat, naarmate ik ouder word, ik meer in huis heb. Meer levenswijsheid. Ik vind het op dit moment heerlijk om dingen over te brengen. OudergesprekkenLilian: Je moet ook heel goed kunnen luisteren en zeg maar, slecht weer oudergesprekken kunnen voeren. Dit laatste is misschien nog wel het belangrijkste. Ouders staan tegenwoordig heel snel op de stoep. Ze halen verhaal. Je moet veel meer verantwoorden. Soms is dat terecht. Maar niet altijd. Ouders hebben door hun eigen drukke leven minder tijd en als ze dan een geluid opvangen dat hun kind straf kreeg van de juf, komen ze. ‘Mag ik even weten waarom?’Carla: Wat ik wel geweldig vind is dat ouders op school komen en zeggen: heb je wel in de gaten dat het niet botert tussen die en die. Dan grijp je in. Meisjes onder elkaar doen dat veel meer verborgen. Jongens vechten het voor je neus uit. Ik heb een koningin in de klas, maar die is nu gelukkig afgezwakt tot hofdame. Ze heeft het in de gaten na een jaar. Zij bepaalde wat die en die aan moest, zij bepaalde wat het groepje ging doen na school. Zij bepaalde alles. Wij hebben veel gesprekken met de moeder van dit meisje. Het is prettig te weten dat ouders en juf hetzelfde doel nastreven. Lilian: Zo een heb ik er ook in de klas. Werd thuis op een troon gezet en als ze dan straf kreeg, kwam moeder zeggen: ’Ze heeft het niet zo bedoeld, juf.’ Ze zette zo maar een meisje uit een bestaand vriendinnenclubje. Ik zei tegen de ouders: Ze is heel erg aan het manipuleren. ‘Wat is dat?’ zei de vader. Carla: Daar is nou die kanjertraining voor. Maar het is de bedoeling dat dat ook thuis gebeurt. Veel opvoeding naast overdracht van kennisCarla: Het belang van onderwijs is wat mij betreft de overdracht van kennis en normen en waarden.Lilian: En er zit tegenwoordig dus ook een stuk opvoeding bij. Veel meer dan vroeger. Carla: Op de eerste schooldag al, ga ik bewust in de deuropening staan en geef ik elk kind een hand: Goeiemorgen Lilian, Goeiemorgen Annet, Goeiemorgen Dick. Nou daar schrikken ze van. Daarna zeg ik, als ze zitten: jongens, ik heb iedereen goedemorgen gezegd en van de vijfentwintig hebben er maar twee goeiemorgen teruggezegd. En die twee hebben me ook nog niet eens aangekeken. Meer zeg ik niet. De volgende dag is het dan: Goeiemorgen, juf. Goeiemorgen, Juf. Goeiemorgen, juf. Dan zeg ik: ‘Helemaal goed, wij redden het wel met elkaar.’ Mijn grote belhamel op het kamp was de enige die dankjewel juf zei als hij snoep kreeg. Dan wacht ik tot iedereen zo’n beetje luistert en dan zeg ik: 'Jelle is wel de enige die bedankt hier.' Een volgende keer krijg ik dan van meer kinderen 'dank je wel' te horen.
![]() Lilian Hüttner (r) & Carla van de Meerendonk Samen zo'n tachtig jaar ervaring in het onderwijs |
In gesprek met:
|
||||
| Design: 2004 The Communication Factory BV | |||||