![]() |
|||||
| Home Even voorstellen Werk & Zingeving Eigen bedrijf Interviews Downloads Nieuwsbrief Contact | |||||
In gesprek met: Karin KaijenApril 2007, Over bloemsierkunst, pogingen om op de kunstacademie te komen, glazen objecten en perfectionisme.Karin interviewde mij die in het najaar van 2001 ‘s avonds in de Hanzehof. Een radio-interview over mijn lessen in creatief schrijven. We kenden elkaar van vroeger en raakten in de tien minuten voor de uitzending intensief aan de praat. Karin was ernstig ziek. Ze had zenuwdystrofie, zou de week daarop geopereerd worden en haar arm moeten missen; had geen idee hoe het verder zou gaan. Ze had haar prachtige bloemenwinkel in het oude stadje Bronkhorst moeten opgeven. ‘Praten is het enige wat ik nog kan,’ zei ze, zonder een zweem van aanstellerij. Rode draadNu zit Karin tegenover ons en lacht haar aanstekelijke lach: Je vroeg naar de rode draad in mijn leven. Of was het nou de rode draad in mijn werk? Ja, nu mag ik het zeker alle twee vertellen. Dat vereist wel zelfkennis, hoor.Moeilijk vind ik dat. Ik lag ervan wakker en vroeg aan Matthe (echtgenoot) ‘Vertel jij nou eens wat de rode draad in mijn leven is. Hij antwoordde onmiddellijk: ‘Ondernemerschap en altijd iets voor jezelf hebben willen doen.’ Matthe zei altijd tegen me: ‘Zorg dat je je vak nooit verwaarloost.’ Mijn vader zei het met andere woorden: ‘Zorg dat je nooit afhankelijk wordt van een man.’ Wortels in de bloemsierkunstCreatief bezig zijn, dat was typisch van mij en dat voerde ik ook helemaal zelf uit. Om wat voor techniek het ook ging. Ik heb altijd gezorgd dat ik mijn eigen boterham kon verdienen. (Karin krijgt wel eens een elektrische schroevendraaier voor haar Moederdag) Bloemsierkunst is mijn oorspronkelijke vak. Eerst acht jaar bij een baas in Breda, tot Angela werd geboren. Daar was ik een soort oudste kind. Ik mocht er alles en ze gaven me de kans om een tweede bedrijf op te zetten. Maar dat wilde Matthe niet. Die zei toentertijd: ‘Ik wil ook een kans en ik wil ook studeren. Als jij dit gaat doen, dan ben je weer altijd aan het werk.’Kindjes eerstToen zijn we verhuisd naar Zutphen en heb ik eerst de kindjes groot gebracht; in die tijd werkte ik bij Matthe op de boekhouding. Kwam daarna bij Wim Hol terecht, hier in Zutphen, in de bloemen en ben workshops gaan geven. Dat was super. Dat was gewoon weer mijn wereldje. Matthe vond een pandje voor me in de Korte Beukerstraat. Maar de kindjes waren nog te klein. Ik heb het niet gedaan.Dat was de tweede keer dat ik voor mezelf kon beginnen. Maar kinderen worden groter. Ik kon steeds workshops blijven geven. In die tijd verhuisden we naar Steenderen. Mijn privéleven draaide om de kinderen. Ik was er voor de meisjes en de meisjes waren er ook voor mij. Ik heb ze ook gevraagd toen ik die prachtige winkel in Bronkhorst begon, vinden jullie dat goed? Ze vonden het heerlijk dat ik ook mijn afdelinkje had en er tegelijkertijd ook voor hen was. Als het regende, deed ik een bordje op de deur ‘Ben zo terug’ en haalde ze op. En dat zie je nog: ik hoef maar te vragen aan Angela of Cindy: wil je me helpen, want ik wil een ochtend met Annet koffie drinken. Prima vinden ze dat. Verder zonder fijne motoriek...Ik kan dus niet meer binden. Een zenuwdystrofie, waar ik doodziek van ben geweest. Het is een enorm geluk dat ik mijn arm nog heb, dankzij een uitnemende professor in België, die destijds mijn laatste hoop was. Alleen mijn fijne motoriek is weg, is er gewoon uit. Maar workshops geven, kan ik nog steeds.Frank Brinkhorst, kunstenaar en een heel goede vriend van me, kwam in die tijd met artikelen aanzetten van Van Tetterode. Ik had het laatste jaar in Bronkhorst glaswerk in de winkel gehad, om de huur te kunnen betalen en ik vond glas zo ontzettend mooi. Van Tetterode is een glasindustrie. Ze maken ook de beelden voor Corneille en Jan Wolkers. Een heel groot bedrijf waar je alles kunt doen en waar je alles kunt leren. Het werken met glas heeft me helemaal gegrepen. Ongelofelijk. Alsnog mijn droom gevolgdIk kwam van de middelbare tuinbouwschool en wilde ontzettend graag naar de Kunstacademie. Maar mijn ouders zeiden (nu 33 jaar geleden) ‘Kunstacademie, kindje, daar kun je geen droog brood mee verdienen.’ Dus, OK, dan niet.Toen heb ik de Meesterbinder opleiding gedaan in Vught. Maar het idee van de kunstacademie is altijd blijven hangen. Toen ik bij Jan Tetterode bezig was, na mijn ziekte, dacht ik: ‘Nu ga ik doen, wat ik altijd al heb willen doen. De Kunstacademie volgen. Dan ben ik geschoold, dan kan ik echt verder.' Dus heb ik toelatingsexamen aangevraagd in Arnhem. Ik had alle opdrachten gemaakt die ik moest maken. Mijn jongste dochter ging mee. Ook om te sjouwen, want het was nogal wat. VoorbereidingEen zelfportret van glazen knikkers en profil. Een glasjurk. Een artikel in honderd woorden waarom ik naar de kunstacademie wilde. Vijf foto’s van een vriend of vriendin. Die heb ik van Matthe gemaakt. En je moest de gebouwen tekenen die je het meest aanspraken. Dat is voor mij het Rietveldhuis en mijn eigen huis. Ik had de opdracht gewoon helemaal gemaakt.Han van MegerenEn o ja, ik moest een standbeeld maken van een kunstenaar die ik heel erg bewonderde. Ik ben helemaal weg van Han van Megeren. De meester-vervalser, die het helemaal verknald heeft. Als hij zijn eigen werk had gemaakt, was het misschien wel een tweede Rembrandt geworden. Maar hij wou het geld en gebruikte chemische middelen die hem echt de dood in hebben gedreven. Ik heb er alles over gelezen: ik vind het gewoon fascinerend dat iemand met zo’n talent zich zo de grond in kan werken.Dus heb ik een object gemaakt van knikkers op een glazen plaat in de vorm van een palet, met verschillende kleuren. En ik had laboratoriumbuisjes gevuld met de kleuren die in zijn pallet zaten. O ja, ik had ook nog een fotoreportage bij me van mijn werk. Ook dat was verplicht. Bliksem carrièreDus ik kom op de Kunstacademie in Arnhem. Alles mee naar binnen. Ik zit die pipetjes bij te vullen en hoorde mensen zeggen: zo, die werkt voor haar dochter. Nou nee hoor, ik werk voor mezelf. De rest die auditie moest doen, had helemaal niks bij zich. Een man had alleen een standbeeld van klei. Toen moest ik naar dat lokaal komen, daar zat zo’n hoofddocent en nog een docent en een leerling. Dus ik vroeg een paar dragers mee naar binnen.Ik had de foto’s van mijn werk zodanig in lijsten bevestigd dat ze bleven draaien. Zoiets hadden ze nog nooit gezien. Weet je wat ze zeiden: ‘Wat kom je hier doen? Wij kunnen jou niks meer leren.’ Ik kreeg een schriftelijke afwijzing en daarin stond dat ik al te professioneel was. Dan maar naar de topToen ging ik naar de Rietveld Academie. Meteen maar het beste van het beste. Precies dezelfde procedure. Daar werd ik wel aangenomen, dat wil zeggen tot de eerste les. Toen zeiden ze: We hebben een fout gemaakt. Een leraar is ook bezig met het werk dat jij nu al beheerst. Dus kon ik weer gaan. Ik ben er mee gestopt; dan maar geen Kunstacademie.Collegiale uitwisselingIk werk nu heel veel met Joshua Rozenman, de man van Boris Dittrich. Dat is mijn glasmaatje, we wisselen heel veel uit. We gebruiken dezelfde techniek, maar hij is op een heel ander vlak bezig. We praten veel. Dan zegt hij: ‘Dat zou ik maar niet doen’ of ‘Ga daar maar niet naar toe.’ Daar vind ik de collegiale uitwisseling die ik op de academie had verwacht. Of er overeenkomsten zijn tussen hoe ik als moeder ben of in en mijn kunst? Jazeker, perfectionisme en kwaliteit.Met glas doe ik wel tien keer: heet water, koud water, heet water, koud water… Als er dan geen barstje of geen spanning in zit, dan weet ik dat het goed is. Doe ik dat als moeder ook? Heet water, koud water? Schaterlacht. Toen ik voor de radio werkte deed ik het ook zo. Ik had mensen die om twaalf uur bij Frits Spits zaten. Osterhaus bijvoorbeeld, de viroloog, had ik dezelfde dag al om tien uur in mijn uitzending. Mijn levensmotto?
|
|||||
| Design: 2004 The Communication Factory BV | |||||