![]() |
|||||
| Home Even voorstellen Werk & Zingeving Eigen bedrijf Interviews Downloads Nieuwsbrief Contact | |||||
In gesprek met: Johan de WeerdJanuari 2011. Over Tactus en de verslavingszorg, een moeilijke jeugd, het effect van verslavende middelen en praktisch werken met moeilijke doelgroepen.Sinds augustus werk ik in de jeugdkliniek van Tactus in Wapenveld. Als senior maatschappelijk werker. Ik werk al 38 jaar als hulpverlener in verschillende instellingen waarvan de laatste tien jaar bij Tactus. Bij de jeugdkliniek werken veel jongere collega’s, het zijn professionals maar moeten zich nog ontwikkelen tot volwaardige hulpverleners in de verslavingszorg. Veelal komen ze uit het internaatswerk, de psychiatrie of de verslavingszorg. Ik doe aan intervisie met nieuwe collega’s, en daarnaast ben ik verantwoordelijk voor een groot deel van het PR werk. Maar mijn hoofdtaak is: opnamecoördinator. Ik zorg ervoor dat er nieuwe jongeren binnenkomen. En ik werk met ze, geef trainingen. Intakes, opnames en trainingenHet eerste wat ik doe als ik ‘s morgens binnenkom, is de mail openen of er nieuwe aanmeldingen zijn; ik loop naar de groepen en kijk of er nog bijzonderheden zijn. Op zo’n dag zijn er ook intakes en opnames gepland. Ik nodig daarbij altijd de ouders uit of de eerste hulpverlener van de persoon. Ik bekijk of zo iemand op dit moment in de groep en bij onze kliniek past. Dat gebeurt altijd in samenwerking met het hoofd behandeling.Eén maal per week geef ik zelf een training aan de jongeren. Specifiek gericht op verslaving. Voor jongeren die eigenlijk nog niet erkennen dat ze een verslaving hebben, die het heel normaal vinden dat ze gebruiken. Die probeer ik te motiveren tot behandeling. Acceptatie van de verslavingIk ben geduldig. Ik weet dat het een tijd duurt voordat jongeren accepteren dat ze een verslaving hebben. Ik ga niet in de eerste plaats op het resultaat af, maar meer op de belevingswereld van de jongere zelf. Ik ken natuurlijk inmiddels heel veel typische gedragingen van verslaving. Het is belangrijk om te weten waarom jongeren bijvoorbeeld zo afstandelijk kunnen zijn. Iedereen is ‘zogenaamd’ heel gemotiveerd om bij ons te komen, maar de motivatie komt vaak van de ouders of van de instelling die ze doorstuurt. Dat zie je al bij de aanmeldingsgesprekken.Eerst een beetje 'chillen'Als ik een training geef, komen er een stuk of zes, zeven jongeren bij mij binnen, beetje lacherig, willen eigenlijk niks doen.‘Chillen’ noemen ze dat tegenwoordig. Ok, dan gaan we eerst vijf minuten chillen en dan gaan we wat doen. Dan gebruik ik de ‘My mind’ methode en dan pak ik bepaalde thema’s uit een boek, die de jongeren op dat moment aanspreken. Bijvoorbeeld: ’Mag je elkaar verlinken als er toch gebruikt wordt in de kliniek?’ of ‘Wat zijn nou de voor- en nadelen van je gebruik?’Nadelen kunnen zijn dat de familie niet meer naar hen om wil kijken en dat ze het risico lopen dat ze naar een internaat moeten. Je probeert ze er dan bij te halen via de dingen waar ze zelf op dat moment mee zitten. Dan kan balorigheid ineens omslaan in een serieus gesprek. Dan gaan ze toch met gevoel weg dat ze na moeten denken over het gebruiken en veel meer stilstaan bij de nadelen. Dat is zo leuk om te doen. Ik ga ook wel eens naar een andere instelling toe vanwege de PR. Werken in de zorgIk zit al lang in de hulpverlening. Dat is me wisselend bevallen. Het was belangrijk dat ik vaak veranderde van werk. Ik heb in de zwakzinnigenzorg gewerkt, in internaten, heb maatschappelijk werk gedaan in de verslavingszorg, steeds werk met een andere inhoud. Als ik een aantal jaren iets doe, dan moet ik oppassen voor verveling en dan ga ik iets anders zoeken. Dat hoort bij mijn karakter.Wat ik nu doe in Wapenveld is op mijn pad gekomen. Ik had tien jaar op dezelfde post gezeten. Ik was het zat. Toen dacht ik ‘voordat ik in een burn-out terechtkom’ moet ik wat anders gaan doen. Ik wist als ik door zou gaan met mijn oude baan, dat dat niet goed af zou lopen. Mijn jeugdVroeger ben ik zelf eigenlijk een kind van de rekening geweest. Maar ik heb altijd geweigerd om te geloven dat er een verband is tussen mijn beroepskeuze en mijn jeugd. Ik ben mishandeld, heb in verschillende internaten gewoond. Dat vond ik niet zo erg; ik kon er wel mee leven. In opleidingen werd altijd al tegen mij gezegd: Joh, vind je dit werk zo leuk omdat je zelf ook nogal wat is overkomen. Dan zei ik: NEEE!Ik wilde dat helemaal niet. Het zinde me niet. Ik twijfel nog steeds aan de link ‘ik heb zelf veel meegemaakt en daardoor moet ik veel verwerken.’ Maar ja, achteraf als je eerlijk bent. Echte kerelIk woonde in een internaat en ik vond het werk van die groepsleider zo leuk. Ik was toen schilder van beroep. Maar ik was veel te jong om groepsleider te worden, tot ik op een gegeven moment een hele grote advertentie zag; mannen gevraagd in de zwakzinnigenzorg.Als echte kerel dacht ik: kom op! Ik was toen zeventien jaar en negen maanden. Ik kon daar intern komen wonen en mocht dus toen het internaat ook uit. Ik kon vanaf mijn achttiende de opleiding volgen. Groepsleider werd ik op mijn vijfentwintigste. Dus mijn doel was gauw bereikt. Ik moest constant nieuwe doelen verzinnen, om weer wat verder te komen. Ik heb in die tussentijd alle opleidingen moeten volgen die je nodig hebt. Ik had oorspronkelijk LTS. Dus ik combineerde leren en werken. Moeilijke doelgroepenWat ik wel merk is dat ik altijd werk met moeilijke doelgroepen. Ik heb wel altijd zoiets: het kan altijd nog wel iets met je worden, ook al heb je het moeilijk gehad. Dat is wel mijn drijfveer. Dat zie je ook bij jongeren die nu bij ons zitten. Joh, het kan best anders met je worden. Als je die knop maar durft om te draaien. Als je die keus maar durft te maken.
‘Zie je verslaving als een soort handicap,’ zeg ik vaak tegen cliënten. Daar kom je niet echt vanaf. Je bent verslavingsgevoelig. Daar moet je mee leren omgaan. Dat wil niet zeggen dat je er altijd last van hoeft te hebben. Als je een keuze maakt om bijvoorbeeld te stoppen met alcohol, kun je er wel vanaf blijven, maar het blijft een gevoelig punt. PioniersfaseMijn collega’s zijn, op een enkele uitzondering na, zo rond de dertig en hebben vaak ervaring in ander werk. De jeugdkliniek is nieuw, zit in een pioniersfase en dus gaat er van alles fout. Jonge collega’s kunnen daar slecht tegen, want lang niet alles is al geregeld en lang niet alles loopt al. Ze vinden dat ze te weinig begeleiding krijgen. Als je door het gemopper heenkijkt, zeggen ze eigenlijk: we willen het zo goed mogelijk doen. Dat is ook hun eigen valkuil.Onderliggende problematiek begrijpenAls je in de verslavingszorg werkt, moet er minstens drie à vier jaar in zitten voordat je enigszins begrijpt hoe die doelgroep in elkaar zit. Dat wil niet zeggen dat je in de tussentijd niets kunt doen. Maar je moet niet al te resultaatsgericht zijn.Het duurt een paar jaar voordat je in de gaten hebt, wat de onderliggende problematiek is. Het gaat er niet alleen om de jongeren van die middelen af te krijgen, maar ook om te zien wat er mankeert. We hebben bijvoorbeeld al drie jonge vrouwen binnengekregen, die te maken hebben met misbruik. En jonge mannen met geweldsmisbruik, maar ook met affectieve verwaarlozing. Wat doet een middel met jouOok zijn er jongeren die middelen gebruiken omdat ze daar rustig van worden. Bijvoorbeeld bij ADHD. Je moet leren wat dat spul met je doet. Als wij bijvoorbeeld cocaïne gebruiken en we hebben geen ADHD of ADD, dan worden wij overmoedig, je kunt langer doorgaan en denkt alles aan te kunnen (het is een zogenaamde ´upper´). Maar als zo’n jongere cocaïne gebruikt en daar rustig van wordt, kan er wel eens ADD of ADHD achter zitten.Ja, over dat soort zaken praat je met het hele team. Met het hoofd behandeling en met de psychiater die daar gespecialiseerd in is. Praktisch werkenIk ben erin gerold. In dit vak. Het is me pas langzamerhand gaan boeien. Als je een hele groep verslaafden ziet, dan denk je, dit is allemaal heel moeilijk.Maar als je de personen zelf leert kennen, zie je de mens achter de verslaving. En dan wordt het werk boeiend. Tactus werkt heel praktisch. Wij werken in de jeugdkliniek oplossingsgericht. Het medische model komt wel steeds meer terug. Er wordt gezegd: Het is ook echt een defect aan een mens. Het kan een genprobleem zijn of een medisch probleem. Ik denk dat het allebei speelt. Je kunt heel gevoelig zijn voor verslaving, maar je kunt het wel degelijk beïnvloeden. Eerst jezelf leren kennenHet is gewoon leuk om je vak te kunnen overdragen aan collega’s. Via intervisie. Je ziet dat collega’s tegen zichzelf aanlopen. Je moet eerst jezelf leren kennen. Wie ben je nou eigenlijk? Wie is je vader, wie is je moeder. Wat wil je hier leren? Wat zijn je eigen kwaliteiten en welke kwaliteiten kun je overdragen? Je mag fouten gaan maken; hoeft niet perfect te zijn.Dat vind ik leuk. Maar wel, zoals gezegd, altijd in combinaties met andere dingen. Ik had laatst ook een inloop crisisgesprek met ouders. Die waren niet tevreden over de behandeling. Dan ga ik met ze in gesprek. Maak hen duidelijk hoe een dergelijke behandeling eruit ziet. Dat wij dat ook niet zomaar kunnen. Ze verwachten dat het na een week klaar is. Voor mij is de essentie van verslavingszorg: Achter 90 procent van elke verslaving zit een probleem. Dat moet je uitzoeken. Dat moet je erkennen, jongeren daarin steunen. Altijd erkennen dat het probleem er is. ![]() Een eigen huis, door Johan zelf gebouwd samen met de buurman. |
In gesprek met:
|
||||
| Design: 2004 The Communication Factory BV | |||||