Coaching bij Synergy at Work
Home   Even voorstellen   Werk & Zingeving   Eigen bedrijf   Interviews   Downloads   Nieuwsbrief   Contact  


In gesprek met: Henk Jan Bregman

December 2007: Over burn-out, omgaan met ontslag, geschiedenis, schrijven en het karakter van de Bregmannen.
Wij ontmoetten Henk Jan Bregman in mei 2007. De Stentor had een artikel over ons bedrijf gepubliceerd en daarna mailde Henk Jan ons het verhaal van zijn burn-out en dat het zo belangrijk was dat we aandacht besteedden aan 40 en 50 plussers. We dronken samen een kop koffie op een bloedhete dag. Dat was het begin van ons contact.

Burn-out

Henk Jan Bregman: Pas toen het zover was, had ik het in de gaten. Dit is een burn-out. Van te voren niets van gemerkt. Ik heb nooit geloofd in het bestaan van zulke verschijnselen, flauwekul, wat je niet ziet, is er niet. Ik heb achtentwintig jaar in de gezondheidszorg gewerkt, waarvan twintig jaar als directeur in verschillende organisaties. Van klein naar groot, fusies die steeds omvangrijker werden. Je bent altijd druk aan het werk.

Van POP naar 'Ik en de anderen'

Ik merkte wel dat ik de laatste jaren moeite had om mijn mensen nog te motiveren. Al tien jaar was er elk jaar minder geld, maar moesten meer ambities waargemaakt worden. Dat verhaal kon ik niet meer aan anderen verkopen. Op een gegeven moment moest ik voor mezelf een POP maken (persoonlijk ontwikkelingsplan). Toen heb ik gekozen voor een cursus ‘Ik en de anderen’ bij de Baak.

Ik doe aan alles mee

Daar zat ik als tweeënvijftigjarige tussen allemaal jongere mensen. Achtentwintig tot zevenendertig, allemaal of afgebrand of op de rand van nieuwe keuzes. Ik ook overigens, maar dat wist ik toen nog niet. En nog diezelfde dag zit je dan met een doos kleurkrijt op de grond, mee te kleuren. Ik dacht: ik doe gewoon aan alles mee. Ik heb er voor betaald, zo'n Hollander ben ik dan ook wel weer. Ik trek me nergens wat van aan. Het was hartstikke leuk. Er waren heel herkenbare dingen over hoe levensprocessen lopen. Dat je waarden anders liggen op je dertigste dan op je vijftigste.

Wil ik dat nog wel

Ik had toen nog geen burn-out, maar ik vroeg me wel af: wil ik het nog tien jaar zo. Nee, persé niet. Dat speelde in het najaar van 2005. Vlak daarna zaten we in de begrotingsperikelen. Elke avond met slepende tred naar boven: nog even achter de computer.

Toen zijn we begin 2006 nog een weekje op vakantie naar Wenen geweest en daarna was het binnen twee dagen afgelopen. ‘s Avonds naar bed toe, je niet kunnen concentreren met lezen, nog even op de rand van je bed zitten en het was over. Het ging niet meer. Het is echt voorbij. Ik viel al maanden ‘s avonds om half elf om van de slaap, en werd dan om half vijf wakker en kon niet meer slapen.

Altijd moe

Altijd moe naar je werk. Ik had anderhalf jaar daarvoor al eens met zo’n Holterapparaat rondgelopen voor hart-ritmestoornissen. Niks aan de hand, vast en zeker stress, maar dat bestond in mijn ogen niet. Achteraf uitte het zich in chronische moeheid, weinig zin in activiteiten buiten mijn werk om, me willen onttrekken aan verjaardagen en dat soort dingen. Geïrriteerd zijn thuis, meer drinken dan anders. Voor je huwelijksleven ook al niet direct een oppepper. Wat een rijtje, hè. Achteraf stom dat je dat allemaal niet zelf ziet op zo'n moment. Wel een scherpe blik, maar voor de verkeerde dingen.

Ontslag

Toen heb ik gebeld; me ziek gemeld. Ik zei: 'Het gaat niet goed met me en het kan wel eens even gaan duren.' Ik wist dat het voorbij was. Ik zit lang genoeg in het vak om te weten dat, als je er met die verschijnselen uitgaat, het 'einde verhaal' is. Bij de huisarts geweest, belabberd, hoor. Zo’n intieme relatie hebben we niet. Ik kwam er gewoon niet vaak. Hij zei: ‘zeg het maar’ en dan ineens zit je te snotteren met je zakdoek in je handen.

Hij zei ook: ‘Het overkomt alleen maar mensen die hard werken.’ Dat vond ik heel leuk om te horen. Daarna een enorme opluchting. Die werd getemperd doordat ik na drie weken van mijn werk te horen kreeg: 'Je hoeft niet meer terug te komen.' Ik had met deze collega samen in de Raad van Bestuur gezeten. Uiteindelijk werd dat een eenhoofdige raad van bestuur. Zonder mij, maar ik was natuurlijk wel twintig jaar 'kapitein op dat schip' geweest.

Afgerekend

Ik werd afgerekend op het feit dat het met mijn club financieel niet zo goed ging. Maar het ging al tien jaar niet goed. Mijn opvolger kampt natuurlijk ook met dergelijke financiële problemen. Ik voelde me natuurlijk beentje gelicht en als je je daarin vastbijt – dat heb ik zeker in het begin gedaan- moet de ander gewoon dood. Nare brieven. Mijn advocaat die terugschreef: laat die man nou toch een poosje met rust; iemand die op z’n rug ligt, moet je geen schop verkopen.

Nooit genoeg

Toen zijn we in augustus 2006 gaan praten met een mediator erbij. Toen was ik daar wel weer aan toe. Weinig verheffende gesprekken. Als je onrecht aangedaan wordt, wil je op de een of andere manier altijd meer hebben dan redelijk is. Wanneer is het genoeg. Het is nooit genoeg. Twee ton, drie ton, of wil je een miljoen? Toen was er vlak voor Kerst - er waren veel gesprekken gevolgd- een interview op televisie met oud-minister Witteveen. Die was toen voorzitter van de internationale Soefi beweging. Hij hield een heel helder betoog over hebzucht van de mens. Hij zei: als je het niet kan loslaten is het nooit genoeg. Dan ben je er nooit vanaf. Toen hij dat zei, dacht ik zo is het natuurlijk ook. Ik vind het goed zo, zei ik tegen mijn vrouw. Ik kom met het laatste voorstel, ik sluit het af en ik laat het los. Dat was bevrijdend, het maakte me niet meer uit,

Geen vendetta

Dan denk je dat je er echt vanaf bent, maar een jaar later waren er nog wel van die momenten. Mijn oud-collega zat toen in het bestuur van de Rabobank, en daar krijgt hij een vergoeding voor. Terwijl ik juist mijn hele afvloeiingsregeling en mijn eenmanszaak via de Rabobank heb geregeld. Ik dacht, het zal toch, verdomme niet zo zijn dat ik hem tegenkom in een restaurant, terwijl hij daar van mijn centen zit te eten. Toen heb ik in een opwelling de Rabobank opgebeld en al mijn rekeningen opgezegd. Krijg ik later een uitnodiging: Wilt u wel mee met de VIP-boot, vuurwerk op de IJsselkade. Een goed bedoeld cadeautje natuurlijk, dat begrijp ik ook wel, maar voor mij op het verkeerde moment. Niet op ingegaan dus. Maar dat van die rekeningen heb ik later teruggedraaid. Straks kom ik hem bij Albert Heyn tegen en dan kan ik nooit meer naar Albert Heyn. Hij woont daar en ik woon hier. Het is niet anders, we komen elkaar toch tegen. Soms ben je er heel ver mee en dan zak je weer even heel diep. Ik heb het bij collega’s wel eens meegemaakt dat het een vendetta werd. Het punt is dat je dan ook niet tot iets nieuws komt.

Familie geschiedenis uitzoeken

Tja, mijn grote voordeel is geweest dat ik mijn familiegeschiedenis ben gaan beschrijven in de periode. Ik was al jong gegrepen door het verhaal van een oom dat hij op een bandrecorder had opgenomen. Toen we trouwden en onze oudste werd geboren, moest die Bram heten. Want sinds 1731 heeft er bij ons in ieder geslacht wel iemand Bram geheten. Het werd tijd, want zoveel neven en nichten waren er niet. Ik was zelf een nakomertje, mijn neven en nichten zijn allemaal ouder dan zeventig. In 1994 hadden we een familiefeest en in de gids die werd uitgereikt, werd iets verteld over een familiescheuring in de oorlog. Ik kreeg wat boze reacties van neven en nichten, toen ik dat wilde uitzoeken, maar het heeft mij nooit meer losgelaten. Toen mijn moeder dement werd, liet ze op een gegeven moment een fotootje zien: 'Dit is Bomme van Bekenstein, die in Rusland is gebleven.' Er werd niet over gesproken.

Schrijven

Vanaf dag één dat ik thuis zat, wist ik: ‘Dat ga ik uitzoeken.’ Ik ga erover schrijven. Schrijven vond ik altijd al leuk, Als ik notuleer voor een club, maak ik er een verhaal van, geen notulen. Ik had altijd al interesse voor de wereldoorlogen en had iets over de Velzer affaire gelezen. Dat had ook iets met onze familie te maken. Ik heb opnieuw (dat deed ik al eerder) toestemming aangevraagd tot inzage in dossiers die niet openbaar waren. Ik heb de doos met knipsels, kaartjes en kleine notities naast me gezet en ben gaan rubriceren. Ik ben naar de desbetreffende archieven toegegaan en ben gaan zitten lezen. Toen de ruwe versie klaar was, zei iemand: ‘Nu moet je ook beschrijven wat het jou doet.’

Toen heb ik een heel ander verhaal gemaakt. Beschreven hoe de dingen zijn gaan leven in deze familie. Hoe de sociale omstandigheden waren. En de economische. Wat heeft mensen nou bewogen om die keuzes te maken en wat heeft het ze nou uiteindelijk opgeleverd. Dat was voor mij een zoektocht om dingen in perspectief te zien. Dat heeft veel voor mezelf gedaan in de verwerkingsperiode na het ontslag.

Wat betekent werk eigenlijk voor mij

Als je zoekt naar zo’n perspectief ontdek je hoe vroegere omstandigheden mensen hebben beïnvloed, hoe ze waren toen ze jong waren. Waarom ze die keuzes maakten. Waarom erover is gezwegen. Wat het hen heeft opgeleverd.

En ik vroeg me af wat ik deed aan het begin van mijn carrière, hoe heb ik me daarin ontwikkeld. Waar ging het nou mis en wat heeft er allemaal een rol bij gespeeld. Het was een heel gestructureerd proces van zoeken en schrijven en daarnaast was het een onbewust proces waardoor ik structuur gaf aan mezelf.

Wat ik herkende was de houding: niet zeuren, doorwerken. Hoezo overspannen. Mijn vader zei altijd: 'Goed leren, hard werken, want je gaat trouwen, dus je krijgt kinderen. Dus een vaste baan.' De familie was vasthoudend, kwam altijd weer overeind na tegenslagen. Liet nooit af.

Bregmannen

Tot 1953 heeft mijn oom een proces tegen de Staat gevoerd, omdat hij zijn fiets was kwijtgeraakt in de oorlog. Ook al was hij bij de NSB’ers (hij had zich na de oorlog wel bij de Staat gemeld), die fiets die was van hem. Ik las dat en dacht: Dat doe ik natuurlijk zelf ook. Ik heb ook zo’n karakter: als iemand een keer fout is, dan is het ook echt fout en dan komt het nooit meer goed. Tenzij iemand door het stof naar me toekomt, liefst nog in een grote menigte.

Bregmannen hebben een grote bek en een klein hartje. Emotionele mensen, maar over gevoel werd niet gesproken. Heb briefjes gekregen van neven en nichten. Die zeggen we waren blij dat de oorlog voorbij was. We moesten vooruit, aan de slag. Niet terugblikken. Geen lastige gevoelens.

Terugkijken

Het is goed om terug te kijken op mijn ontslag en te zien dat ik niet alles goed heb gedaan, dat zie je naderhand beter dan op het moment zelf. Maar de manier waarop ze me eruit geflikkerd hebben, klopt niet. Maar ook daarin zijn fases van verwerking. Van meer en minder gelijkhebberigheid. Heel wat om daar voor de eerste keer als ex-directeur bij het CWI te zitten tussen de andere mensen van jouw leeftijd met vergelijkbare problemen. Plastic bekertje in je handen. Zet je met twee benen op de grond. Het kan dus iedereen overkomen. Ik zag daar een bekende makelaar binnenkomen. Zag dat hij mij niet kon plaatsen daar. Dat was in begin 2007. Toen was mijn ontslag officieel rond.

Iedere keer toch weer een stapje verder

In maart belde er een ouwe vriend. Die vroeg: ’Heb je zin om te komen praten?' Ik heb een aantal projecten die niet lopen, En toen ben ik vanaf half april weer begonnen. Ik had in die maanden zo’n tweeëntwintig sollicitatiebrieven geschreven. Zag toch dat ik meer aan mijn verleden bleef hangen dan dat ik me op de toekomst richtte. Pas bij de laatste drie brieven richtte ik me meer op de advertentie. Toen kwamen de uitnodigingen. En toen was ik net voor mezelf begonnen. Als interimmer. Daar zat een heel leuke baan bij, bij de gemeente Hengelo, had ik verrekte graag gedaan.

Maar ja. Toch wel weer in een organisatie, waarbij je heel erg afhankelijk van anderen bent. Ik vond het veel leuker om voor mezelf wat te doen. Is nog steeds wel zo, maar ben er nu ook niet meer wars van om in een organisatie te werken. Ik kom daar iedere keer weer een stap verder mee.


In gesprek met:
Henk Jan Bregman (1954)
Henk Jan Bregman

Henk Jan Bregman

Henk Jan Bregman

Manuscript familiegeschiedenis

Henk Jan Bregman


Klik hier voor de WebLog van Henk Jan


Contact:

E-mail: Stuur nu uw e-mail

Adres:
Weerdslag 70
7206 BT Zutphen

Telefoon:
0575 - 572 154


Design: 2004 The Communication Factory BV