Coaching bij Synergy at Work
Home   Even voorstellen   Werk & Zingeving   Eigen bedrijf   Interviews   Downloads   Nieuwsbrief   Contact  


In gesprek met: Henk Jan Bregman

Mei 2011. Over verslavingszorg, senioriteit, terug naar het oude vak, het Oerol gevoel en boeiende cliënten.
Als bestuurder in de directie van Sutfene, woog ik de dingen van een afstand. Dat is anders, nu ik weer verpleegkundige ben. Seniorverpleegkundige in de verslavingszorg bij Tactus zoals dat heet. Senioriteit heeft meer te maken met alles wat je aan evenwichtigheid in je hebt dan met je leeftijd. Bij de processen in de verpleging ben je zelf veel meer een partij.

Net als toen...

Eigenlijk is het weer net zo als toen ik begon te werken in de verpleging. In 1977. Heel veel verschillende cliënten. Met heel veel verschillende 'makken'.

Doorgaans begin ik om zeven uur. Dat betekent dat je ook ontbijt samen met de cliënten. Het zijn er elf. Variërend in leeftijd van 14 tot over de 70, mannen en vrouwen door elkaar. Ouderwetse alcoholisten die al veertig jaar drinken, cliënten die verslaafd zijn aan (party) drugs en cliënten die zogenaamde polygebruikers zijn, alles door elkaar dus. De party of 'rape' drug maken cliënten zelf en drinken dat per dopje van 5 cc. Om de twee à twee en een half uur heb je dat nodig. Ook ‘s nachts, dus kun je niet meer doorslapen.

Afkicken

Men blijft acht tot vijftien dagen bij ons. In die tijd moeten ze helemaal schoon worden, helemaal ontgiften en ontwennen. Dat kan met behulp van allerlei medicatie om de bijverschijnselen van het ontgiften tegen te gaan. Er zijn cliënten met weinig ontwenningsverschijnselen, anderen hebben heftiger reacties; van verbaal tot fysiek. Ook in het samenspel tussen cliënten en dat betekent dat je voortdurend de wisselwerking tussen cliënten observeert.

Misery needs company

Cliënten hebben vaak moeite om zich aan de afspraken en regels van de afdeling te houden. Dat zorgt nogal eens voor wrijving, zo ook afgelopen week. Een cliënt werd aangesproken op zijn gedrag dat al een paar dagen ‘grensoverschrijdend’ was. Uiteindelijk werd de cliënt verbaal en fysiek agressief. Bij het ontbijt was er al een aanvaring en dan is de toon gezet. Na een mondelinge waarschuwing van de verpleging krijg je een schriftelijke waarschuwing van de arts en bij herhaling ga je eruit. Dan speelt zo’n heel proces zich om één zo’n cliënt af. Die probeert anderen in zijn onrust mee te trekken. Je kijkt wat er gebeurt met de andere cliënten. Het is een constant opletten en kijken. Je grijpt in. Verbaal. Altijd verbaal.

Ik zeg vaak tegen cliënten: Je bent hier voor jezelf. Want ze letten vaak op een ander. Hij mag dit wel! Waarom mag ik dat dan niet? U ziet dat hij dat gaat doen, kan dat wel? Nee, we hebben hier te maken met groepsafspraken. En iedereen heeft zijn klussen. En, jij bent hier voor jezelf. Je moet als verpleegkundige voortdurend voor jezelf weten wat je doet. Waarom mag hij wel mee wandelen en waarom hij niet?

Complexe dossiers

Cliënten zoeken de oorzaken vaak buiten zichzelf. Het ligt aan een ander dat het bij hen net niet lukt. Sommigen hebben een voorgeschiedenis zo lang als je arm.

Straatverboden, huisverboden, in de bak gezeten. Niet alleen de leeftijden lopen enorm uiteen, maar ook de achtergronden. Van analfabeet tot universitair geschoold, van blanco strafblad tot veroordeeld voor moord. Een ex-politieofficier staat met een ouderwetse penoseklant af te wassen. En dan zegt hij: ‘Goh, ik had nooit gedacht dat ik nog eens met een diender zou afwassen.'

Het leuke is dat ze elkaar vaak vinden, ongeacht opleiding en sociale achtergrond, want ze hebben allemaal dezelfde ‘makke’.

Groepsgevoelig of individualist

Je hebt soms leuke groepen. Dat zijn vaak groepen met het merendeel alcoholisten, die komen voor hun rust. Die zijn dan wel ziek en hebben flink wat bijverschijnselen, maar alcoholisten zijn groepsgevoelig. Harddruggebruikers zijn vaak meer individualisten. Zijn vaak op zichzelf gefocust; hebben vaak ook meer psychische problemen en bijwerkingen. En ze hebben bijna allemaal een 'lullig' dossier.

Veel gebroken gezinnen, ellende in de jeugd meegemaakt. Door één of ander stompzinnig iets hun baan kwijt geraakt en als je dan (mogelijk ook erfelijk bepaald) gevoelig bent voor verslaving, dan lig je gauw in de goot. Het kan iedereen treffen.

Boeiende cliënten

De cliënten boeien me. Ze hebben allemaal hun eigen verhaal, hun probleem, maar ze hebben ook hele bijzondere talenten. Bijvoorbeeld een gitarist uit een wereldberoemde jaren zeventig band. Hij vertelt schitterende verhalen en speelt nog alle loopjes na.

Iemand die een puzzel legt van duizend stukjes. Hij keert ze om, legt de randjes, pakt een stukje, zegt ‘dit is ‘m’ en binnen een kwartier legt hij de puzzel uit.

Een jongen die na twee dagen een tas meeneemt de huiskamer in. Wij controleren altijd alles. Wat komt er uit die tas? Maar er komt een keur aan potloden, alle hardheden, alle kleuren. Geweldig kunnen tekenen, maar toch verslaafd. De grens is heel vaag.

Grote verschillen

Het gaat puur om lichamelijke ontwenning. Sommigen doen een vervolgtraject bij ons. Maximaal een jaar. Anderen gaan de straat weer op. Sommige zie je vier keer per jaar terug en zie je uiteindelijk afglijden. En een ander zie je ook vier keer per jaar en dan valt het kwartje. Dan gaan ze een vervolgtraject in.

Maar je moet niet de illusie hebben dat je een hoertje beter kunt maken met een andere opvoeding, nee, dat is niet zo. Het is geen romantiek van ‘My Fair Lady'. Ik heb geen illusies dat wij cliënten definitief kunnen genezen. Maar je kunt ze wel met het gebruik leren omgaan en hen leren waar de valkuilen zitten.

Twee keer per week mogen cliënten bij de benzinepomp onder begeleiding snoep of sigaretten kopen. Dan kunnen ze eindeloos dubben en terugleggen. Wat zal ik nemen?

Er is ook een andere wereld waar ik in leef, daar hebben mensen het heel goed, hoeven zich nergens druk over te maken. Fulltime opa en vijf keer per jaar op vakantie.

En de verslaafde die een keer in de week een pakje shag kan kopen. Beide groepen zijn even boeiend. Maar, als je kijkt wat er op straat gebeurt als we daar met vijf of zes man op het fietspad lopen en er komt iemand aanfietsen; dan zie je mensen kijken. Wat loopt daar voor een ongeregeld zooitje? Capuchon op. Petje op, rafelige haren, soms gescheurde kleren. Als je verslaafd bent en je zit eenmaal in dat verdomhoekje, dan blijf je ook de 'loser'. Mensen gaan met een bocht om je heen. Maar niemand heeft mij tot nog toe het verschil tussen een ‘geslaagd’ en een ‘mislukt’ leven kunnen uitleggen.

Maar, als er gedonder is op de afdeling en iemand is agressief richting medewerkers, dan zullen ze altijd de medewerkers bijstaan. Ik heb het althans nog niet anders meegemaakt.

Waardering

Het grootste verschil met directeur zijn bij Sutfene is dat ik hier gewaardeerd wordt. En dat hier ook medewerkers werken die moeilijk in een strakke officiële organisatie passen. Het zijn collega's die zelf ook aan de vrije kant van de samenleving zitten.

Ik maak het mee dat cliënten tegen mij zeggen: ‘Waarvoor ben jij hier?’ ‘Ik werk hier. Maar dat kun jij aan de buitenkant ook niet zien.’ Een ander: ‘Volgens mij werk je hier niet, volgens mij ben jij een officier van justitie ‘under cover’.

Komt door hoe ik er uitzie; een wat oudere man die toch altijd wel op zijn kleren let. Mijn collega’s zijn over het algemeen jongere meisjes, maar ook een verpleegkundige van achter in de veertig met een staart op zijn billen en een kaalgeschoren ex-militair. We hebben bijzondere cliënten met een bijzondere gebruiksaanwijzing en dat geldt ook voor de medewerkers.

Oerol gevoel

Maar ze kijken allemaal op een bepaalde manier naar cliënten.
‘t Is een beetje een permanent Oerol Festival, waar ik zit.
Ik pas niet meer in zo’n organisatie waar alles is geregeld. Daar ben ik te eigenwijs voor en te vrij.

Toen ik in 1977 de verpleging inging, ik was drieëntwintig, gingen we tijdens de opleiding naar ‘Maria Roep-aan’. Een instelling voor geestelijk gehandicapten in Ottersum. Daar liepen van die enorme gehandicapten van twee meter lang, van die hele zware figuren om je heen. Er was er één bij die zich stond af te trekken. Daar stonden we als leerlingen. Op een kluitje bij elkaar. Oh, nee, wat gebeurt hier?

Van directeur naar verpleegkundige

Toen ik er bij Sutfene uit ging, heb ik gedacht, laat ik mijn Bigregistratie maar eens vernieuwen. Je weet maar nooit. Maar toen was het nog meer een soort achterdeurtje, als er dan niks meer is dan kan ik dat nog gaan doen. Toen was ik nog veel meer bezig vanuit het idee: Ik kan het allemaal nog. In die tijd ben ik voor mezelf begonnen. Met projecten. Dat vond ik heel leuk om te doen. Uiteindelijk kwam er de klad in met de crisis. Bovendien ben ik geen echte ondernemer. Ik kan mezelf niet presenteren.

Ik heb heel wat sollicitatiebrieven geschreven toen ik werkeloos was. Creatieve brieven moest je schrijven. Je krijgt een nietszeggend briefje terug van drie regels. Officieel doet niemand aan leeftijdsdiscriminatie.

Tactus in beeld

Ik kende Elize en Johan de Weerd. Johan zei: bij Tactus hebben ze wel behoefte aan medewerkers die stabiel in het leven staan. Ik ben daar gaan praten. Ik heb daar nog altijd iets mee, met zo’n instelling. Het is een soort gemeenschap waar je in komt. GGZ zit een beetje in het verdomhoekje, bovendien een laagbetaalde CAO. Maar ik dacht, waarom zou ik dit niet gaan doen? Wat is nou eigenlijk leuker dan te gaan doen wat ik vroeger ook leuk vond.

Tactus: we geven alle leeftijden een kans. En dat is ook echt zo. Het maakt niet uit of je ouder bent. Je moet passen in de club. In 2007 zei ik nog: ik ga nooit meer bij een baas werken. Maar, dan heb je nog de 'oude baas' in je hoofd. Nu doe ik weer wat mij toen in 1977 al trok. Het spel tussen cliënten is nog steeds even boeiend. Het voelt als een goed passende handschoen.

Grote vaart, archeologie of geschiedenis

Wat ik vroeger wilde worden? Een tweelingbroer van mijn moeder werd altijd geknipt door de kapper van koningin Juliana, meneer Kievit. Toen ik werd getest op de lagere school en ze vroegen wat ik wilde worden en zei ik dameskapper. En toen kwam er uit de test: hij moet dameskapper worden. Ik heb lang getwijfeld tussen de grote vaart en archeologie en geschiedenis willen studeren. Nu doe ik dan filosofie in mijn vrije tijd.

Ik ben in de verpleging terecht gekomen toen ik vakantiewerk deed in het ziekenhuis. Op de beddenkamer, OK sloffen sorteren. Grote links, kleine rechts.

Het voordeel, nu ik wat ouder ben, is dat ik veel heb meegemaakt. Ik weet altijd wel wat ik moet doen. Het kan heel intimiderend zijn als er een kerel, een kop groter dan jij, tegen je aan staat en schreeuwt: wat moet je nou? Ik word er niet gespannen van. Ik was een vechtersbaasje op mijn zeventiende. Maar ja, dat is niet de juiste instelling voor zo’n afdeling. Maar als je kunt uitstralen dat je niet bang bent, heeft het toch een heel kalmerend effect.

Het werk is wel vermoeiend. Ik werk vier dagen in de week en als ik thuiskom ben ik lichamelijk moe, maar het werk geeft ne ook veel energie. Er is voldoende balans. Kwart voor zes loopt de wekker weer af.

Terugkijkend

Uiteindelijk heb ik bij Sutfene niet op mijn plek gezeten. Daarvoor bij Borro misschien ook al niet meer. Ik gedij in kleine gezelschappen op overzichtelijke afdelingen. Van beperkte omvang. De problematiek mag wel ingewikkeld zijn. Maar ik gedij niet in een grote organisatie met lange lijnen, waarbij jij degene bent die op afstand met andere cliënten te maken heeft.

Toen ik directeur van een kleine organisatie was, wilde ik graag groter. Al dat geneuzel. En achteraf merk ik dat juist dat geneuzel de sjeu van elke dag is. Maar je bent in de ellebogenfase van je leven. Mijn werk bij st. Elizabeth was nog leuk, daarna kwam Borro, dat was al groter. Bij Sutfene ging het niet meer over cliënten maar over structuren. En bezuinigingen, véél bezuinigingen. Dan moesten we vertellen dat we nog één keer een dip zouden hebben en dan zou het beter worden.

Wat ik precies hetzelfde doe, nu en altijd, is hoe ik met cliënten omga. Ik ben nooit anders geweest. Ik zeg wat ik denk, hou van grapjes maken. Ik kan cynisch zijn. Dat heb ik op alle niveaus altijd en overal gedaan. Sommige cliënten vinden me lastig. Maar ik heb een hekel aan opgeblazen verhalen. Laten we nou gewoon doen, want het werk wat gedaan moet worden is in principe simpel. Gewoon doen wordt bij Tactus gewaardeerd.

In gesprek met:
Henk Jan Bregman (1954)

Henk Jan Bregman

Henk Jan Bregman

Henk Jan Bregman

Henk Jan Bregman


Dit is het tweede interview met Henk Jan Bregman.
Het interview dat wij in 2007 hadden ging over zijn ervaringen met een burn-out.

Kijk hier voor de WebLog van Henk Jan

Contact:

E-mail: Uw reactie

Adres:
Weerdslag 70
7206 BT Zutphen

Telefoon:
0575 - 572 154


Design: 2004 The Communication Factory BV