Coaching bij Synergy at Work
Home   Even voorstellen   Werk & Zingeving   Eigen bedrijf   Interviews   Downloads   Nieuwsbrief   Contact  


In gesprek met: Greetje Hubers

Juni 2008, Over het leven, kunst, ups en downs, korenbloemen, papavers, ziek zijn en toch het leven vieren.

Ik ben als het ware als kunstenaar geboren. Op de boerderij van mijn ouders in Drenthe had ik een kleurrijke tijd. De bossen, de heide, het Leekstermeer... Groeide op als een vrij vogeltje. Daar ontwikkelde ik mijn grote liefde voor de natuur, de elementen.

Korenbloemen en papavers

Iets wat ik zag kon mij heel erg beïnvloeden en dat is nu nog precies hetzelfde. Dat had ik al als kind, zo fanatiek. Dus als ik blauwe korenbloemen en oranje papavers zie, dan ben ik weer terug.
Dan ben ik bij mijn vader in het weiland als hij met al die beesten bezig is. Ik was altijd aan het ronddartelen, aan het spelen en het vissen. Dat zie ik dan opeens weer voor me, een vis in het water, een mooie bloem en die schitterende luchten.

Kleine zwerfster

Eigenlijk was ik een kleine zwerfster, ging overal op af, was nergens bang voor. Vaak ook zwierf ik, wist dan precies welke bloemen zouden bloeien. Dat vond ik heerlijk.
Als ik zo rondzwierf, riep ik mijn moeder. Heel hard. Dat moest van haar. Dan kwam ze uit de deur van de boerderij en zwaaide heel heftig met haar rooie doekje. Dat staat nog op mijn netvlies. Ik zie ook vaak mijn moeder die mijn vader hielp. Toen had je nog niet overal een machine voor. Dan droeg ze een blauwe overall en deed een rood doekje om. Heel vaak zie je die combinatie van kleuren in mijn schilderijen terug.

Vaak ziek

Ik vond leren leuk, maar was vaak ziek, vaak afwezig. Op een gegeven moment was het zo erg dat ik een jaar in het ziekenhuis moest liggen. Geïsoleerd bij de nonnen. Daar zag je geen kleuren. Wel heel veel zwart-wit. Ik was acht, negen jaar. Derde, vierde klas. Dat was een hele ervaring.

Een trauma heb ik er niet aan overgehouden, wel heb ik in die tijd veel gehuild, heimwee gehad naar de natuur. Maar op een gegeven moment was dat voorbij. Toen had ik het geaccepteerd. De nonnen verwenden me zelfs een beetje.

Liefde voor mooie kleuren

In die periode lag ik alleen in een apart glazen hokje. Na zoveel tijd moest ik opnieuw leren lopen en tijdens het aankleden stond ik op een soort commode en kon sinds lange tijd weer naar buiten kijken. Ik zag een bloeiende boom. Zo prachtig, zo indrukwekkend. Ik werd helemaal wild en niemand begreep waarom ik zo blij was. Behalve mijn vader. Hij was er van onder de indruk dat ik zo sterk reageerde op die mooie kleuren buiten. Hij heeft voor mij een kersenboom uit de natuur gehaald en naast de boerderij geplant, en dat was mijn boom.

Op school merkte ik dat ik bepaalde vakken heel interessant vond. Bijvoorbeeld tekenen of handenarbeid, dat was ontspanning voor mij. Als er vakken bij waren die ik niet zo leuk vond, dacht ik: Ok, dat doen we dan wel even. Sporten vond ik ook zo leuk. En wiskunde. Maar die ontspanning. He, even kunst...

Voor de klas

Ik ging naar de pedagogische academie, want van thuis moest het praktisch zijn. Maar op de pedagogische academie was het weer negens en tienen voor tekenen en handenarbeid. En op een gegeven moment zei de tekenleraar: ‘Nou, daar moet je toch wel mee verder gaan, hoor.’

Daarna stond ik enkele jaren voor de klas en had speel-leerklassen. Eerste klassers, zes, zeven jaar. Schattig. De ouders vond ik heel erg leuk. De moeders gingen je na-apen. Dan had ik m’n haren heel leuk geknipt en dan deden zij dat ook.

Op een gegeven moment ben ik getrouwd. Mijn echtgenoot wilde graag doorstuderen en promoveren. Daarom zei ik: ik pak mijn studiewensen later wel weer op.

De Wervel

Ik had al op de kunstacademie in Groningen gezeten en heb aansluitend die in Nijmegen en Arnhem afgemaakt. Vooral de lerarenkant. Dat zit dan ook heel erg in me. Ik heb eerst veel les gegeven, maar ook adviezen aan scholen. Over leerprogramma’s. Ik deed zelf vaak de hoogste klassen. Ik kreeg vaak de drukste kinderen. Meestal jongens, klassen met elf- twaalfjarigen. Het werden mijn beste vriendjes. Als ik de klas binnenkwam wilden ze zo graag aan het werk dat ze vanzelf stil werden. Vroeg mezelf regelmatig af: hoe kan dit toch eigenlijk. Er zit veel meer achter dan alleen maar doen en alleen maar opdrachten geven. Toen heb ik nog Pedagogiek MO-A in Amsterdam gedaan. Daar hoorde ik dat er een opleiding kunst en psychologie samen was. ‘De Wervel’. Een vijfjarige opleiding.

Echtscheiding

Inmiddels was ik 37 jaar. Die opleiding viel samen met mijn echtscheiding. Een moeilijke tijd, maar de opleiding en mijn gezin hielden me echt op de been. Ik werkte eigenlijk dag en nacht, want mijn zonen waren nog jong. Zaten nog op de lagere school.

Ik had naast mijn opleiding veel huiswerk wat ik 's nachts deed. Overdag op de opleiding viel ik soms bijna in slaap. Maar ja, ik was thuis voor de jongens en dat was heel belangrijk. Wat me bovendien heel erg hielp, was dat ik iets deed wat me boeide. Ik zorgde alle jaren dat ik hier alleen woonde voor het huis, de tuin en de jongens. De studie. En stond daarnaast nog voor de klas, want ik moest toch wel zelf mijn boterham verdienen. Niet fulltime hoor, twee dagen. ‘t Ging allemaal net.

Eigenlijk is die ontwikkeling naar therapeut heel natuurlijk verlopen. Ik had voor de klas gestaan. Mijn ervaring was dat kinderen hanteerbaar waren omdat ze zo geboeid werden door wat ze deden. Ik dacht: daar kan ik echt heel veel mee doen. Op De Wervel heb ik geleerd om de kunst toe te passen als therapeutische vorm als er iets met iemand aan de hand is. Ik heb in mijn atelier veel mensen met problemen ontvangen. Ik werkte altijd met kunst. Maar dan heel ruim: het mogen wat mij betreft gedichten zijn, muziek, het vertellen van een verhaal of bewegen, maar ook het observeren van kunst , het laten beleven, kijken, zintuigen ontwikkelen.
Je moet je natuurlijk goed realiseren wat je precies nodig hebt voor de mensen die bij je komen. Ik reikte als het ware het medicijn aan en zij moesten het doen. Dus niet: kom maar hier en spat maar uit. Dat doen ze thuis maar. Hier waren ze echt onder mijn begeleiding. Net zoals ik op de lagere school de kinderen begeleidde, zei ik tegen hen: we beginnen hiermee en dan gaan we zo verder. ‘t Ging om de ervaring van het proces.

Innerlijke warmte

Bij kankerpatiënten heb ik bijvoorbeeld heel veel warmte toegediend en hen geholpen zichzelf te zijn. Ook als ze heel angstig waren. Door die warmte kregen ze zelf innerlijke warmte. Dan waren ze al in het ziekenhuis behandeld.

Ik hield van het beroep, heb toen ook nog een certificaat gehaald voor kindertherapie. Want ondanks alles bleef dat sterk aan me trekken. Er waren weinig therapeuten die met kinderen konden omgaan. Wel theoretisch, maar bij mij was het vanuit mijn achtergrond heel gemakkelijk. Dus kreeg ik ook heel veel verschillende kinderen. Zoals drugsverslaafde kinderen, kinderen met zelfmoordneigingen, dyslextische kinderen, heel verlegen kinderen of kinderen die geen ouders meer hadden.

De kinderen hadden zelf niet in de gaten dat het therapie was. Hoi, hoi, naar de tekenjuf. Ja, ik heb veel gegeven, maar ook zo ontzettend veel teruggekregen. Het was werkelijk altijd zo leuk. Ik genoot ervan als ze serieus aan het werk waren. Ik vond het niet prettig als kinderen ongeconcentreerd bezig waren, maar dat lag aan mij. Dan maar beter voorbereiden; nog intensiever kijken hoe ik die kinderen erbij kon betrekken. Ook als ik voor de klas stond, duldde ik dat nooit.

Eigen kunst weer centraal

Ik vond het heel fijn dat het goed ging met de mensen waar ik mee werkte, net zoals ik het heel fijn vind als het goed gaat me mezelf. Ik moest me altijd uiteenzetten met veel om me heen. Dat ging heel goed, dat maakte me blij en daardoor kon ik de rest ook goed aan.

Sommige mensen wilden mijn beroep wel leren; ik heb er ook een aantal begeleid die kunstgeschiedenis gingen studeren, veel geoefend met bepaalde technieken. Met de één werk je impressionistisch, met de ander kubistisch, met weer een ander heel precies figuratief. Die mensen hadden soms zoveel ervaring opgedaan dat ze hun werken gingen exposeren. Het was allemaal fantastisch en dankbaar om te doen.

Toen brak het volgende tijdperk aan waarin mijn eigen kunst weer centraal kwam te staan. Dat betekende ook dat ik geen bijscholingscursussen meer hoefde te doen en dat scheelde meteen heel veel tijd.

Geleidelijke overgang

Het is zo leuk om mijn eigen kunst in de wereld neer te zetten. Alles wat ik in mijn leven heb meegemaakt in mijn schilderijen terug te zien. Begin vijftig was ik toen ik die beslissing nam. In het begin heb ik toch nog wel therapie gegeven. Het ging geleidelijk in elkaar over. In het begin kleine, lieve exposities. Kleinere werken. Maar toch was het meteen heel fijn om te doen.

Ik krijg nu opdrachten voor bedrijven. Dan zeggen ze: maak een schilderij dat iets voor ons bedrijf betekent, maar we willen wel jouw stijl. Daar heb je het weer. Het komt weer bij elkaar. Ik hou van mensen, ik hou van werken. Ik geef ook workshops. Of ze komen wat extra begeleiding bij me halen als ze vastlopen. Soms heb ik hier ook nog wel eens tien dames die samen een schilderij willen maken dat thuis boven de bank van een vriendin moet komen te hangen. Veel van mijn schilderijen zijn verkocht en hangen inmiddels bij mensen thuis, bij bedrijven en bij kunstverzamelaars in binnen- en buitenland.

Veel ups en downs

Ik heb een kleurrijk leven tot nu toe. Zo had ik het goed en harmonieus voor elkaar en dan ineens werd ik ziek. Bijvoorbeeld bij de zwangerschap van mijn oudste zoon, moest ik negen maanden in het ziekenhuis liggen. Daarvoor ging het al twee keer fout. Drie maanden in het ziekenhuis liggen en dan alsnog fout. Toen moest ik dus negen maanden liggen. Ging het weer bijna fout. Stilte in het ziekenhuis. Iedereen bang. Ik moest weer leren lopen. Als kind moest ik na mijn ziekenhuisperiode ook weer leren lopen. Gek hoor, om steeds weer opnieuw te leren lopen.

Tijdens die ziekteperiodes was ik innerlijk zeer rustig. Veel gelezen. Ik maakte van kralen mooie matjes en onderzettertjes. Heel meditatief, denk ik. Maar tegelijkertijd gebeurde er wel van alles. Nierkramp. Vreselijke pijn, bloedtransfusie, zo’n lage bloeddruk dat ze dachten: dit gaat nooit goed.

Tja, er zijn hobbels in het leven. Ok, die zijn er. Maar we gaan wel verder. Ik sta er nooit voor honderd procent bij stil. Ben ook nooit echt bang in zo’n ziekenhuis.

Maar als ik terugkijk zie ik eigenlijk meer ups dan downs. Ik heb twee prachtige zonen, een lieve echtgenoot en ik mag kunst produceren in mijn eigen tempo. Ik wil dingen ontdekken, onderzoeken. Nog steeds fanatiek, heel toegewijd. Ik kende de namen van alle koeien op de boerderij en wist precies hoeveel liter melk ze gaven. Ik sprak zo Drents, dat mijn oudste zus zei: Nou, zo kan het toch eigenlijk niet.

Mijn wens is: Laat de mensen om me heen worden wie zij zijn en laat ze onbevangen in het leven staan. Wat er ook gebeurt. Dat geldt ook voor mij. Als iemand tegen mij zegt: Doe dat maar niet, dan doe ik het toch. Ach, zeg zoiets maar liever niet tegen mij.
Greetje Hubers

In gesprek met:
Greetje Hubers (1942)
Greetje Hubers

Greetje Hubers

Greetje Hubers

Greetje Hubers


Contact:

E-mail: Stuur nu uw e-mail

Adres:
Weerdslag 70
7206 BT Zutphen

Telefoon:
0575 - 572 154


Design: 2004 The Communication Factory BV