![]() |
|||||
| Home Even voorstellen Werk & Zingeving Eigen bedrijf Interviews Downloads Nieuwsbrief Contact | |||||
In gesprek met: Gery Groot ZwaaftinkAugustus 2007, Over je droom volgen, verhalen schrijven, Tonnepraoten en romantiek onder de appelboom.Wij ontmoetten Gery Groot Zwaaftink (1955) met zijn vrouw Petra en zoon Tom deze winter in Zwitserland. We waren een week lang tafelgenoten in Val Sinestra. Petra vertelde mij bij een glas wijn in de ‘Stube’ dat Gery een man is die zijn dromen waarmaakt. Gery is troubadour en verhalenverteller. Geeft eenmans voorstellingen met o.a. eigen verhalen en speelt momenteel ondermeer ‘De alchemist’ van Coelho. Hij bouwt huifkarren, kan alles maken wat zijn handen zien, vindt dat niets onmogelijk is en trekt met kinderen in de zomer door het land. De dromerWat ik nu doe is mijn legende. Daar gaat mijn huidige voorstelling over. Vroeger noemden ze mij de dromer. Ik fietste er altijd zo’n beetje tussendoor. Dat was niet prettig. Je hebt een populaire groep op school, maar daar hoorde ik niet bij. Ik hoorde net bij de middengroep, werd net niet uitgescheten. Dat veranderde toen ik naar de Havo ging. Iedereen ging naar Deventer, ik naar Holten. Ik was daar heel blij om.StudententijdWerd brutaler, ging me meer poneren. Een jaar of zestien was ik toen. Wilde leraar handenarbeid worden, maar werd uitgeloot. Mijn tweede keus was de Sociale Academie. Dat was prima. Dat stond in de sterren zeg maar. Geweldige tijd, die studententijd. Ik zat in de kraakbeweging, we gingen naar Duitsland om te demonstreren. Ik vond dat prachtig. Had altijd wel compassie met andere mensen.Thuis bij mijn moeder kon altijd allesIk geloof dat een kind zijn ouders kiest. Dat is de bagage die je meekrijgt voor onderweg. Mijn vader heb ik eigenlijk nooit echt leren kennen. Totdat ik in het ziekenhuis kwam te liggen en daar merkte hoe zeer ik op hem leek.Bij mijn moeder kon altijd alles. De melkboer dronk er koffie en de groenteboer. Mijn vader zat bij het voetbal en was bezig met zijn vogels. Die ruimte kreeg ik wel mee. Mijn handigheid heb ik van hem. Hij pakte ook alles aan. Dat moest ook wel. Ik heb zoiets: als een mens het kan maken, dan kan ik het ook maken. Maar dan moet ik even kijken hoe het in elkaar zit. Sociale AcademieHet was heerlijk om naar de Sociale Academie te gaan. Er waren spelregels en regels. Pas veel later ben ik gaan nadenken over dat wat ik nu doe. Ik ben wel in het derde jaar begonnen met het schrijven van liedjes. Het eerste jaar heb ik een gitaar gekocht, het tweede jaar kwam ik in huis bij een jongen die gitaar speelde; Verdronken Vlinder van Boudewijn de Groot. Ik dacht toen: ‘Ik ga zelf liedjes schrijven, dan kan ik nooit met iemand worden vergeleken.‘Vervangende dienstplichtIk heb dienst geweigerd. Ik vind het leger een onzinnige bezigheid. Maar had ook geen zin om te gaan werken en het leven in te gaan. Zo ben ik terecht gekomen in vormingscentrum Nieuw Haven in Zutphen. Vervangende dienstplicht dus. Een leuke tijd. Deed daar twee dingen. Begeleiden van volwasseneneducatie en het werklozenproject. Die werkelozen; zulke verschillende mensen. En om dan de neuzen in dezelfde richting te krijgen. Daar bleek ik wel handig in te zijn. Kom op jongens, laten we het even doen. Dat werkt. Ik kon daar blijven, maar dat zag ik niet zitten. Zag mijn collega met zo’n dikke hypotheek en dacht, nee, dat is niks voor mij.De vrouw van je dromen niet kunt krijgen...Uiteindelijk heb ik tijdelijk op een boerderij in Gelselaar gewoond. Daar had ik een heel donkere tijd, dat kwam omdat mijn relatie uit was. Ik heb tien jaar gerouwd om een vrouw die ik niet kon krijgen. Dat is lang. Da’s heel lang.Maar er waren ook voordelen. Ik dacht: ‘Als zij me niet wil hebben zoals ik nu ben, dan wil ik veranderen.' En ik ging op zoek. Naar mezelf dus. Ik ben gaan lezen. Allerlei religieuze boeken. Over Zen, de Bijbel, noem maar op. Mijn doel heb ik er niet mee bereikt. Maar daardoor heeft mijn geest zich wel verdiept, ontwikkeld. Daar ben ik vreselijk mee bezig geweest. En onderhand leefde ik lustig verder. Ik wilde van niks leven. Ben een tijd lang enquêteur geweest, heb wc’s schoongemaakt op de politie academie, geiten gemolken. Dat laatste was erg leuk. Ik woonde samen met een paar anderen. Aparte mensen. Beetje buitenbeentjes. Die kleuren het bestaan. Zijn het zout in de pap. Het was altijd een zoete inval. We hadden een groentetuintje. Ik moest uiteindelijk uit dat huis, omdat het werd verkocht. Volmaakt gelukkigDaarna heb ik een jaar op een camping gewoond. Daar is het idee geboren om troubadour te worden. Zo’n jaar of dertig was ik inmiddels. Daarna reisde ik met vrienden door Noord-Afrika. Wat me daar het meest van is bijgebleven zijn de eindeloze dagen aan het strand. Het enige wat we deden was vijf kilometer heen lopen, groente kopen, vijf kilometer terug lopen en ons potje koken. Op het vuur. Ik was volmaakt gelukkig. Of misschien is dat ietsje te veel gezegd, maar in ieder geval heel erg gelukkig.Clubjes opzettenNa die reis trok ik terug door Portugal en kreeg een ingeving; ik zou met een paard moeten rondtrekken met toeristen. Gewoon een week mensen meenemen. Workshopweken houden, kamperen bij de boer, koken op vuur. Dat soort dingen. Ondertussen had ik veel cursussen over drama gevolgd, veel festivals bezocht. Muziek maken deed ik al. Was ook bezig met acrobatiek. Ik zette steeds clubjes op als ik wat leerde. Maar ik had natuurlijk geen stuiver te makken.Ik liep toen bij de sociale dienst en had daar te maken met een vrouw die het een erg leuk plan vond. Ik denk ook dat ze me aardig vond. Zij liet me eigenlijk mijn gang gaan en daar ben ik haar nog steeds dankbaar voor. Ze heette Els ten Kate. Ik praatte met allerlei mensen, ben zelfs bij een bank geweest. Had hele berekeningen gemaakt. Ik had zo’n redenering van: Het kost maar zo weinig en zoveel mensen hebben er plezier van. Maar helaas, zo werkt dat niet. TroubadourOndertussen schreef ik liedjes, had ook veel vrienden die aan kleinkunst deden. Ik was nog steeds alleen en zat ook in mijn eentje op de familiefeestjes bij ons thuis. De mannen bij de mannen over voetbal en hun werk en de vrouwen over hun werk en de kinderen. Op zo’n feestje bedacht ik: Ik begin een troubadourcentrum. Dan kunnen die troubadours dit soort feestjes een beetje opleuken. Ik ging naar de krant en zei: Jongens, ik heb een troubadourcentrum geopend. En vanaf dat moment noemde ik mezelf troubadour.Verhalen schrijven en 'Tonnepraoten'En zo heel langzamerhand begonnen ook mijn voorstellingen. Ik had nog geen troubadours en dus heb ik een cursus verhalen schrijven georganiseerd. Bij de Garve. Na een berichtje in de krant had ik een man of tien. Om klanten te werven was ik bij Gait Postel uit het buurtschap Zwiep (bij Lochem) geweest van de Witte Wieven (Achterhoekse mythe) en heb hem gevraagd om een avond te verzorgen bij mij. Ook Tob de Bordes heb ik gevraagd, de eigenaar en verhalenverteller van Thuis Theater ‘De Witte Veer’ (Epse). En ja hoor, daar kwam een man of tien op af. Ze leerden de mooiste verhalen schrijven. Ik begon ‘Tonnepraoten’ te organiseren bij Scholten in het cafeetje erachter. Ze namen hun familie mee. Het café zat vol. Dat heb ik een keer of vier gedaan. Met de oude Postel heb ik sindsdien een heel bijzondere relatie.Doosjes OnzinLos van dat troubadouren ging ik verder met de paarden. Ik dacht: dat troubadouren doe je in de winter en het rondtrekken met de paarden in de zomer. Ik was inmiddels ook bezig met het geven van voorstellingen op straat. Er moest geld komen. Ik vond het niet leuk, maar het is waar dat je mensen alles kunt verkopen. Ik heb op straat wel Doosjes Onzin verkocht.Onder de appelboomIk speelde in Zutphen en leerde daar een jongen kennen. Hij had een kindertheater met twee paarden ervoor. Ik vertelde van mijn plannen en hij zei: dan ga je toch met mij mee. Hij speelde ook op het Oerol festival. Dat was in 1989. Van daaruit gingen we naar Roermond. Onderweg deden we de boerderij hier in Vorden aan, waar we zouden optreden op een feest van Leonieke. En daar heb ik mijn vrouw Petra ontmoet. Onder de appelboom. Dat weet ik nog als de dag van gisteren. Daar heb ik een liedje over gemaakt (zie rechterbalk om dit te beluisteren). Twee dagen later moesten we door naar Roermond. Petra heeft me nog eens een brief gestuurd en nog eens een kaartje en zo is dat gebeurd.Culturele huifkartochtenHet lukte me niet om die tochten van de grond te krijgen; ook niet met die groep mensen achter me. Geen cent te makken. Petra zei toen: 'We beginnen gewoon'. Ik begon met het bouwen van een huifkar op de Kringloopwinkel in Lochem waar ik toen vrijwilligerswerk deed en in het voorjaar kochten wij een paard, Yanka, een twaaf jaar oude Fjord. Ik woonde toen in Lochem en daar zijn de eerste culturele huifkartochten geboren. En dat draait nog steeds. Dat troubadouren is net een sneeuwbal. Eerst liedjes en dingen die je uitprobeert. Iemand vroeg: kun je een Sinterklaasvoorstelling maken. Ik een verhaal opgeduikeld en het bewerkt.Witte Wieven en andere mythenMet die huifkar kwam ik ook telkens bij Postel en dan schoof ik aan bij het Witte Wieven verhaal. Samen met een vriend, illustrator en kuntschilder Geert Schreuder uit Onstwedde, heb ik het boekje 'De legende van de Witte Wieven' gemaakt. Postel had geen bezwaar: 'T'is allemaal reclame'. Dit boekje is later uitgegeven door het Staringinstituut in Doetinchem. Er zijn er zo’n drieduizend van verkocht. In ’97 heb ik opnieuw boekjes uitgegeven: De draak van Gelderland en de Ridder op het Witte Paard. Ondertussen komen er ook meer verhalen in mijn voorstellingen. Dat deden de troubadours vroeger ook: nieuwtjes doorgeven en steeds nieuwe verhalen vertellen.Hoe maak je je droom waarJezelf serieus nemen in wat je droomt en denkt en beseffen dat er geen grenzen bestaan. Kijk, als je atleet wilt worden en je hebt een half armpje, dan kun je geen wereldkampioen zwemmen worden. Maar dan zul je die ambitie ook niet hebben. Je ambitie en droom stemmen zich op elkaar af. Ik droomde vroeger veel en ik las veel. Op de een of andere manier wil ik wat ik verworven heb aan mensen vertellen. Jawel, een soort boodschap. Dat had een troubadour vroeger ook, ergens in mij zit een wereldverbeteraar. Misschien zit dat in iedereen die niet al te veel aan het materiele vastzit.Het noodlot bestaat nietIn het boek van P. Coelho (De Alchemist) komt een passage voor over mensen die denken dat ze vastzitten aan het noodlot. Ze verliezen de grip op hun leven. Het noodlot is de grootste leugen die er bestaat: je hebt altijd een keuze. Het grootste voorbeeld vind ik wel die verhalenverteller die zijn vrouw en zijn kinderen in de steek liet omdat hij een droom had. Hij is in een fietsenhok gaan wonen. Joseph van den Berg. Dat intrigeert me.Zoekt en gij zult vinden?Er zijn in feite geen grenzen. Je moet alleen durven. En je niet te veel aantrekken van andere mensen. Je hebt natuurlijk wel met ze te maken. Maar je kunt ook je eigen gang gaan, terwijl je een ander respecteert.Zoekt en gij zult vinden, is bedrieglijk. Zolang je zoekt zul je nooit vinden. Het is belangrijk om je open te stellen, om met andere ogen te kijken. Als je jezelf blijft afvragen waarom je iets overkomt, ga je automatisch anders kijken. Naar jezelf en naar je omgeving. Niets is er voor niks en niemand is er voor niks. Niets gebeurt zonder reden.
![]() |
In gesprek met:
|
||||
| Design: 2004 The Communication Factory BV | |||||