Coaching bij Synergy at Work
Home   Even voorstellen   Werk & Zingeving   Eigen bedrijf   Interviews   Downloads   Nieuwsbrief   Contact  


In gesprek met: Els Schmidt-Flippo

Juni 2011. Over zorg, slim omgaan met dyslexi, aandacht voor kankerpatiënten, betere behandeling door nieuwe medicijnen en je realiseren dat je meer kunt dan je denkt.
Als klein kind zorgde ik al vaak voor mijn moeder, die veel ziek was. Zo kwam ik er al heel jong achter dat ik graag zorgde. Dat is bepalend geweest voor mijn verdere leven. De lagere school heb ik moeizaam doorlopen, want ik was behoorlijk dyslectisch. En daarom werd er vaak gezegd: ‘Dat kan jij toch niet’.

En als mensen, inclusief je moeder, dat maar vaak genoeg tegen je zeggen zijn er twee mogelijkheden: Je gaat het geloven en dus kansen niet pakken, omdat je denkt dat je het toch niet kunt. Dat heb ik lang gedaan. Of je kunt de kansen pakken en er achter komen dat je veel meer kunt dan anderen je willen doen geloven. Dat laatste ben ik op latere leeftijd gaan doen.

De zorg

Ik wilde verpleegkundige worden, maar moest de opleiding afbreken door een rugafwijking. In plaats daarvan ben ik toen de opleiding voor doktersassistente gaan doen en werd één van de eerste gediplomeerde doktersassistentes.

Ondanks mijn dyslexie lukte het mij om de opleiding te volbrengen. Veel lezen en onthouden was moeilijk, maar mijn sterk ontwikkelde intuïtie compenseerde met het denken in beelden voor de dyslectische tekortkomingen. Ik ben geleidelijk aan steeds meer op mijn intuïtie gaan vertrouwen.

Meer aandacht voor kankerpatiënten

Ik heb met name voor internisten gewerkt die veel kankerpatiënten behandelden. Bij de behandeling draaide het zeker toen nog vooral om medicijnen. Het welbevinden van de patiënt kreeg nog weinig aandacht, laat staan 'het er zo goed mogelijk uitzien'. Daarom ben ik de opleiding voor schoonheidsspecialiste gaan doen en heb de eerste schoonheidssalon opgezet in een ziekenhuis, speciaal bedoeld voor kankerpatiënten. Ik zorgde ook dat er pruiken kwamen voordat de mensen kaal werden van de behandeling en niet pas erna. Ik deed de behandelingen na afloop van mijn werk. Vrouwen zagen er beter uit en kwamen veel zelfverzekerder uit het ziekenhuis, omdat ze er beter uitzagen, maar ook positieve aandacht kregen. Zo stimuleerde ik hen om positiever in het leven te staan, wat onder de gegeven omstandigheden natuurlijk niet zo gemakkelijk is.

Verliefd

In het ziekenhuis heb ik Raymond leren kennen, mijn echtgenoot. Hij was toen arts-assistent en samen zijn we naar De Bilt verhuisd en daar kregen we Marc, onze oudste. In die tijd koos ik bewust voor het moederschap. Ik ben pas weer aan een baan gaan denken toen onze jongste 16 jaar was. Raymond kon in die periode werken aan zijn carrière. Hij werkte hard en was weinig thuis. Na een aantal jaren ziekenhuiswerk werd hij directeur bij een geneesmiddelenfabrikant. Er waren tijden dat hij misschien wel tien vergaderingen op een dag had en over de hele wereld reisde. Toen hij een keer thuiskwam en ik aan hem vroeg wat hij gedaan had, zei hij: ‘Ik weet het niet meer.’

Omslagpunt

En dat is voor ons een omslagpunt geweest. Wat willen we met ons leven? Willen we straks denken: hadden we maar… Of gaan we het anders doen. Ik was rond de vijftig.

Uiteindelijk besloten wij dat we ons eigen bedrijf zouden starten dat diensten zou gaan verlenen op het gebied van de ontwikkeling van nieuwe en vooral betere geneesmiddelen. Geneesmiddelen moeten, voordat ze in de apotheek verkocht mogen worden, getest worden op werkzaamheid en veiligheid. In de laatste fase van de ontwikkeling worden deze onderzoeken gedaan bij patiënten met de ziekte waarvoor het nieuwe middel bedoeld is.

Nieuwe wet

Toen wij met ons bedrijf startten, werden er in Nederland net strengere regels ingevoerd, waaraan geneesmiddelenonderzoek bij mensen voor de start ervan getoetst moest worden. Deze, overigens terecht strengere, procedures eisten nieuwe expertise en, vanwege de complexiteit, veel meer procesbegeleiding dan voorheen.

Raymond wilde deze expertise en begeleiding als een van de diensten van ons bedrijf gaan aanbieden en vond, tot mijn schrik, dat ik daar wel een belangrijk deel van voor mijn rekening kon nemen. Schrik? Jawel, want dit was een nieuw terrein dat ik mij eigen zou moeten maken en “dat kon ik toch niet”. Na vele heftige discussies en tranen besloten we toch dat ik zou proberen om de procesbegeleiding te gaan doen.

Betere behandeling

Voor een nieuwe, onbekende dienst staan de klanten niet onmiddellijk in de rij. Enerzijds moesten we eerst onszelf de expertise eigen maken en anderzijds moesten we de markt ervoor gaan ontwikkelen. Contacten leggen met potentiële opdrachtgevers (individuele artsen, onderzoeksgroepen, ziekenhuizen, geneesmiddelenfabrikanten), netwerken en je eigen bedrijf verkopen. En niet in de laatste plaats mijn eigen belangrijkste drijfveer overbrengen: ervoor zorgen dat er verantwoord uitgeteste medicijnen op de markt komen, waarmee artsen hun patiënten een betere behandeling konden aanbieden met kans genezing of in ieder geval een kwalitatief beter resterend leven.

Werk uit handen nemen

De eerste opdracht kwam niet van een industrie, maar van een onderzoeksgroep op het gebied van darmkanker. Bijna alle ziekenhuizen in Nederland gingen aan het onderzoek deelnemen. Ik werd dus gelijk in het diepe gegooid, maar leerde snel heel veel en kende meteen 'iedereen'. Raymond was op dat moment als interim-manager veel weg. Ik was dus behoorlijk op mezelf aangewezen en kwam er achter dat procesmanagement weliswaar kennis van zaken vereist, maar dat het zeker zo belangrijk is om alle betrokken mensen op één lijn te krijgen. Daar kon ik mijn contactuele vaardigheden en intuïtie prima bij gebruiken. De eerste opdracht werd in recordtempo succesvol afgerond en daarna kregen we alleen maar meer opdrachten.

Voor mij is de essentie van mijn werk om ervoor te zorgen dat artsen zo min mogelijk bezig hoeven te zijn met alle ambtelijke toestanden rond het geneesmiddelenonderzoek en zich kunnen concentreren op de zorg voor de deelnemende patiënten.

Je hebt elkaar nodig

Wat ik zo leuk vindt is om al die mensen die aan de voorbereiding, goedkeuring en uitvoering van geneesmiddelenonderzoek werken, te laten inzien dat je elkaar nodig hebt. Zonder goede onderbouwing krijg je geen goedkeuring voor het uitvoeren van een onderzoek, zonder onderzoek geen nieuwe geneesmiddelen en zonder nieuwe geneesmiddelen geen of weinig voortgang in de gezondheidszorg.

Veel mensen, met wie ik te maken heb, hebben onvoldoende in de gaten dat het om een proces gaat dat je samen moet doen en waar geen plaats is voor ego’s en eigen belang. Hoe meer je samenwerkt, hoe gemakkelijker het wordt. Ik heb met veel artsen te maken die technisch zijn ingesteld, maar omdat ze mij inmiddels kennen, de procesbegeleiding gemakkelijker aan mij overlaten.

Opmerkelijk

Door de in ruim tien jaar opgebouwde relatie en mijn aandacht voor de mens in het proces, word ik regelmatig geconfronteerd met persoonlijke problemen. Er ontstaat een vertrouwensband. Ze weten dat ik nooit over dit soort zaken met anderen praat. Over een echtscheiding. Laatst iemand die een dochter had die ging trouwen en met een dwarslaesie geconfronteerd werd.

Ooit belde ik een arts om een procedure op te starten. Die deed onvoorstelbaar bot tegen mij. Ik vroeg me af hoe dat mogelijk was. Hoe kan een arts zo bot zijn tegen iemand die gezond is en die niet afhankelijk van hem is? Hoe zou hij dan met zijn patiënten omgaan? Toen heb ik hem na een tijdje teruggebeld. ‘Ik wil u toch nog even iets vragen. Waarom bent u arts geworden? Ik ben gezond. Hoe gaat u met die zieke mensen om die afhankelijk van u zijn?’ Toen werd hij verschrikkelijk boos. Hij was al in de vijftig en dit had nog nooit iemand tegen hem gezegd. Hij gooide de hoorn op de haak. Na twee maanden belde hij terug. Om me te bedanken dat ik dat tegen hem gezegd had, want hij had het ‘s avonds thuis tegen zijn vrouw verteld. En die had gezegd: ’Hè, hè, eindelijk!’

Je kunt meer dan je denkt

In de tien jaar dat ik dit werk nu doe, heb ik ontdekt dat ik veel meer kan dan de mensen uit mijn jeugd (ikzelf niet in de laatste plaats) voor mogelijk hadden gehouden. Door het grenzeloze vertrouwen van Raymond in mij heb ik mijn sterke kanten kunnen ontdekken en verder kunnen ontwikkelen. Ik heb leren accepteren dat er bepaalde dingen zijn waar ik niet of minder goed in ben, zonder dat dit nog invloed heeft op mijn zelfrespect. Daar ben ik open in naar anderen.

Ik heb dagelijks contacten met het Ministerie van Volksgezondheid, raden van bestuur van ziekenhuizen, hoogleraren, specialisten en mensen op de werkvloer. Ik ga zonder schroom naar congressen. Mijn relaties weten dat ze bij mij niet moeten aankomen met moeilijke wetenschappelijke verhandelingen, maar wel met organisatorische zaken. Ik ben de regelaar en bruggenbouwer, niet het wetenschappelijke brein. Raymond kan die kant veel beter doen.

Slim omgaan met mijn dyslexie

Ik doe heel veel per telefoon en niet schriftelijk. Dan speelt mijn dyslexie mij teveel parten. Als ik een moeilijke officiële brief moet schrijven, schrijf ik die zelf in het klad en vormt Raymond die om tot een definitieve versie. Een lastige inkomende brief bespreken wij samen. Laat mij maar werken met mijn contactuele kwaliteiten, menselijke waarden en intuïtie.

Anderzijds maakt Raymond ook weer gebruik van mijn kwaliteiten. Wij zijn behoorlijk verschillend en kunnen elkaar prima aanvullen. Dat lukt met wederzijds geduld, respect en liefde. Dat maakt het zakelijk samenwerken als man en vrouw juist zo speciaal.

Bepaalde onzekerheid blijft

Natuurlijk zijn er momenten dat de onzekerheid weer toeslaat en dat ik Raymond hulpeloos aankijk. Een goed, en soms heftig, gesprek en een gezamenlijke analyse van het probleem zijn dan meestal voldoende om mij weer op de goede weg te brengen. Het probleem los ik daarna zelf op, terwijl ik het vinden van de oplossing vroeger maar al te graag aan hem overgedragen zou hebben.

Wel is het zo, dat veel dingen mij door de dyslexie veel energie kosten. Nog meer dan anderen heb ik dus regelmatig tijd nodig om af te kicken en om mij weer op te laden. Dat doe ik deels door mij in de vrije tijd bezig te houden met hele andere dingen. In de eerste plaats mijn kleinkinderen, op wie ik een dag per week pas.

Daarnaast heb ik een paar hele goeie vriendinnen met wie ik lol kan hebben, maar ook indringende gesprekken kan voeren. Ik ben lid van een spirituele vereniging en van een Boeddhaclub. Ik lees veel. Toon Hermans en Nelson Mandela zijn mijn favorieten. Uit hun boeken en de boodschappen daarin haal ik heel veel kracht. Dat zijn allemaal elementen van het leven die ik gewoon nodig heb, ook om te blijven leren.

Ik ben nu bijna zestig en denk er nog niet over om te stoppen of af te bouwen. Ik vind het werk veel te leuk en zou alle uitdagingen niet willen missen.
Ik weet nu dat ik ze aan kan.

In gesprek met:
Els Schmidt-Flippo (1951)

Els Schmidt-Flippo

Els Schmidt-Flippo

Els Schmidt-Flippo

Els Schmidt-Flippo


Contact:

E-mail: Uw reactie

Adres:
Weerdslag 70
7206 BT Zutphen

Telefoon:
0575 - 572 154


Design: 2004 The Communication Factory BV