Coaching bij Synergy at Work
Home   Even voorstellen   Werk & Zingeving   Eigen bedrijf   Interviews   Downloads   Nieuwsbrief   Contact  


In gesprek met: Elmo van der Lindt

Maart 2010. Over hangen in het reuzenrad, werk en privé, spiritualiteit, terugwinnen van gezondheid, lekker werken in Zwitserland tussen de bergen en de kracht van positiviteit.

Achter de kermis aan

Ik kom uit een gezin met twee jongens en heb tot mijn zestiende thuis gewoond. Op een dorp; ik was het helemaal zat daar. Toen ben ik met de kermis meegegaan. Anderhalf jaar lang. Mijn vader en moeder vonden dat heel erg, maar als hij dat nou echt wil, zeiden ze, dan kopen we een Suikerspintentje voor hem.

Mijn oma overleed toen ik in Venlo zat met de kermistent. Ik dacht: Iedereen heeft plezier en ik ben verdrietig. Ik wil weg. Toen ben ik ermee gestopt. Daarna heb ik nog twee maanden als stalknecht gewerkt. Ben op zo’n veilingbedrijf ook nog kistenstempelaar geworden. Sla inpakken. En daarna nog heftruckchauffeur.

Groepsleider afstandsbaby's

En toen kwam ik terecht in een huis van de kinderbescherming. Ik was de eerste landelijke groepsleider op een babyafdeling. Afstandsbaby’s, van ouders die uit de ouderlijke macht werden ontzet. Ik was achttien. De problematiek met die kinderen vond ik heel zwaar. De ouders wilden dat kind toch meenemen. Dan was het bezoek over en dan gingen ze trekken aan zo’n kind; heb wel meegemaakt ze met zo’n kind boven het trapgat stonden en tegen mij zeiden: als je dichterbij komt, laten we het vallen. Dat werd dus helemaal niks. Ik kon door naar de wat oudere kinderen: Het hummelhonk. Op een gegeven moment viel ik daar in slaap, want ik was wezen stappen, toen hebben die kinderen de hele boel onder water gezet. Nou, toen was het over.

Sociale Academie

Toen ben ik in het schippersinternaat terecht gekomen, ‘Prinses Irene’. Ik heb eerst m’n Mavo afgemaakt, toelatingsexamen gedaan en ging daarna naar de Sociale Academie in mijn vrije tijd. Het was een Prot. Chr. Internaat. Eerste echte baan, heel serieus. Het werk was prima, maar dat geloof… Elke avond die kinderen laten bidden: 'Ik ga slapen, ik ben moe, ‘k sluit mijn beide oogjes toe, ‘t boze wat ik heb gedaan, zie dat, Heere, toch niet aan.

Daar leerde ik mijn eerste vriendinnetje kennen. Maar dat ging uit, omdat zij zoekende was. Wat de kerk betreft. Ik was toen niet stabiel genoeg, vond mijn vrienden belangrijker dan dat 'meissie'. Die verkering stopte na drie jaar en toen was ik zo verdrietig dat ik niet kon werken. Ik belde op en zei: 'Ik kom vandaag niet werken.' Hoezo, ben je ziek dan? Nee, ik heb verdriet. Moeten we je dan ziek melden? Nee, want ik heb verdriet. We hebben elkaar overigens een paar jaar geleden weer ontmoet en nu is ze weer mijn vriendin.

Reuzenrad

Ik heb toen een poosje zonder werk gezeten. Het was kermis in de stad. Mijn ouwe baas was er. Die had net een reuzenrad gekocht. Het hoogste van Europa. Kom je terug? Ik wel! Geweldig! Dat reuzenrad was 60 meter hoog. Met Koninginnedag moest ik omhoog om even wat dingen aan te slaan. Op een gegeven moment sloeg ik mis met de hamer. En ik sloeg mezelf eraf. Toen hing ik er zo tussenin. Ze hebben me met de brandweer naar beneden moeten halen. Mijn baas de pest in, want Koninginnedag was de beste dag.

Maryleen en Jeroen

Mijn volgende baan was op Robbenoord; in de Schippersstraat. Daar leerde ik Maryleen kennen. Zij was achttien en ik begin twintig. Daar heb ik dertien jaar gewerkt. Maryleen en ik hebben in die tijd samengewoond, zijn ook snel weer gescheiden. Ik dacht dat mensen me anders gingen bekijken; dat ik serieus moest worden. We kwamen elkaar na een aantal jaren weer tegen en toen is Jeroen geboren. Dat kind wilden we allebei heel graag. Toen zijn we hier gaan werken in Val Sinestra. Jeroen heeft het eigenlijk net zo gehad, als kinderen in vroeger tijden. Hij groeide op vlakbij zijn ouders op het werk. Hij ging mee met mij als ik het busje reed, was bij Maryleen als ze in de keuken was. We hebben hier drie jaar gewerkt. Er waren toch te veel verschillen en toen zijn we uit elkaar gegaan. Maryleen is met Jeroen naar Holland terug gegaan en ik ben hier gebleven. Wat een verdriet. Ik had vanaf de eerste dag een click met Peter, de directeur hier. Na een periode van heel veel schuldgevoelens, ook tegenover Jeroen, is Maryleen teruggekomen en hebben wij boven in het hotel gewoond, allebei op een aparte kamer. We hebben ook besloten dat Jeroen hier naar school ging, want we wilden hier blijven. We horen niet meer bij elkaar, als stel, maar we zijn de allerbeste vrienden. Dat is echt super. Wat wij samen hebben is wonderbaarlijk, en daar komt nooit een vriendje van haar of een vriendinnetje van mij tussen. En het gaat alleen maar zo goed omdat we niet samen wonen.

Werk en privé moeten met elkaar kloppen

Ik ben hier eigenlijk komen wonen en werken, omdat ik het met dat andere leven wel had gehad. Me druk maken om mijn pensioen. Nog meer cursussen volgen; dan word ik misschien mentor en daarna misschien coördinator. De weekenden ben je vrij en dan moet je maandag weer werken. Is dit het nou? Ik wilde toch al altijd anders dan anderen. Ik ben in die tussentijd nog een tijdje als roadie meegereisd met de Golden Earring en buitenlandse acts als Bruce Springsteen.
Maar werk en privé moeten met elkaar kloppen in je leven. En dat heb ik hier gevonden. Ik doe de bustrips van en naar Nederland, verzorg het vervoer voor de gasten die hier zijn voor excursies. Maar ik heb vroeger ook in de keuken brood en notentaart staan bakken en voor het restaurant en het café gezorgd.

Spriritualiteit

Ik ben geïnteresseerd geraakt in spiritualiteit toen mijn vader ziek werd. Hij kreeg kanker. Ik heb voor een poosje een huisje gezocht in Bergen aan Zee. Het was te zwaar voor mijn moeder alleen. En ik had nog veel met mijn vader op te lossen. Hij had teleurstellingen gehad en ik ook. Ik heb hem toen verzorgd tot het moment dat hij dood ging. Op dat moment kreeg ik hoe langer hoe meer het gevoel dat er ‘meer’ was. Hij viel vaak weg in coma. En ik merkte dat ik toen meer contact kreeg met zijn ziel. Ik kon er mee 'praten', maar anderen konden niet zien dat ik contact met hem kreeg. Ik zag het leven uit hem gaan. Een vreemd voorval een paar uur later: er vloog een vogel het huis binnen. Het zou best kunnen dat hij dat was die wegvloog.

Toen de begrafenisondernemer hem kwam halen, vond ik dat allemaal heel onpersoonlijk. Ze deden hem in een zak. Maar ik heb hem wel zelf naar beneden gedragen en weggebracht naar het crematorium. Je staat er versteld van wat je kunt op zo'n moment. Dat heeft me heel veel kracht gegeven. Toevallig ben ik vorige week nog in Holland geweest voor mijn moeder(het was deze winter erg glad)om boodschappen en dergelijke voor haar te doen.

Keelproblemen

Ik ben een poos in Holland gebleven om mijn moeder te ondersteunen. Ik ben vorige week, toen het zo glad was, nog naar Holland gereden om boodschappen voor haar te doen. Ze kon de deur niet uit. Ik ging na het overlijden van mijn vader terug naar hier, voelde een heel sterk contact met mijn vader in de tijd.

Twee maanden later kreeg ik last van mijn keel, maar dat heb ik een halfjaar zo gelaten. Maar toen werd ik zelf ziek. Zo midden veertig was ik. Eerst hees. Ik wist achteraf dat het niet goed was, maar je stelt die dingen uit. De periode die toen volgde, is de meest ingrijpende van mijn leven geweest. Artsen zitten hier niet echt in de buurt. Ik moest in de winter naar St. Moritz. Ik zou daar worden opgenomen in het ziekenhuis; ze hebben wat weggehaald uit mijn keel. Roken, roken, roken onderweg daarnaar toe. Die arts zei: ‘Het spijt me, je hebt een tumor. Daar moet wat aan gebeuren, anders ga je dood.' Ik zei: ‘Dat gebeurt met iedereen, maar toch niet met mij.’ Ik ben me zo verschrikkelijk de pleuris geschrokken.

Bijna sprakeloos

Ik zou zo’n gat krijgen in mijn keel. Maar die arts zei ook: Laat je overal voorlichten wat het beste voor je is.
Ik had veel steun aan Peter (van Val Sinestra). En ook van heel veel andere mensen. Ik ben trouwens naar buiten gekomen en heb nooit meer gerookt.
Dan zit je ineens in St. Gallen op een tumorspreekuur. Zegt die arts: 'Wil je er vanaf? Alles moet eruit. Dat betekent niet meer praten, stemprothese, logopedie.' En dan zit je daar. Ik kan me wel in het Duits uiten, maar dan mis je toch je eigen taal.

Toen moest ik terugkomen bij de arts in St. Moritz. Die zei ik heb een vriend, net terug uit Amerika, die werkt in de universiteitskliniek. Die kan kijken of ze het kunnen weglaseren. Ik naar het ziekenhuis, onder narcose. Kwam bij: ‘Het spijt me’, zei hij, ’ik kan je niet helpen, het zit te dicht bij je strottenhoofd.’ Toen bleef bestralen en chemo over. Maar als dat zou mislukken, zou ik niet meer kunnen praten. En kon ik ook geen spraakprothese krijgen.

De regie in eigen hand

Op een gegeven moment zei ik; Joh, Elmo, neem de regie maar weer eens zelf ter hand. Denk je dat het gaat lukken? Ja! Dat denk ik. Het zal me ver brengen als ik al mijn energie in het positieve stop. Dat was een heel gevecht met mezelf. Je gaat toch heel gauw in de spiraal naar beneden. Ik heb er een sport van gemaakt om het negatieve om te zetten in het positieve. Echt, dat is een sport.

Ben naar die mensen toegegaan en heb gezegd: we gaan bestraling en chemokuur doen en dat gaat lukken, Weet je dat zeker, zeiden ze. Weet je ook de andere kanten? Ja, die weet ik ook. Als jij er achter staat, zei de arts, dan gaat het lukken.

Zo’n sterke kracht heb ik nog nooit in mijn leven gehad. In ‘t begin krijg je een masker op, dan gaan ze meten. Dan wordt je vastgebonden aan een bank. Daar had ik zo’n moeite mee. Je krijgt het zo benauwd. Dan krijg je pilletjes en dan zeggen ze, het wordt dadelijk beter. Toen ik ermee begon, zat ik ook in een praatgroep met mannen die hetzelfde hadden. Heel negatief. Ik maakte altijd lol als ik die groep binnenkwam.

Hé, jongens, daar is-t-ie weer!

Maar het is elke dag toch weer een gevecht. ‘s Morgens werd ik wakker, was ik helemaal fit, moest ik naar de bestraling toe. En daar kwam ik dan uit gestrompeld. Ik naar bed en een half uur later begonnen ze met de chemokuur. Ik kan er nog tranen van krijgen; dat voel je echt door je hele lichaam gaan. En dan zei ik: Kom op, Elmo, dan hoort er nu eenmaal bij. En dan moest ik ‘s middags weer terug naar de bestralingen. Vijfenzestig bestralingen en vier chemokuren.
Ik kwam soms bij die bestraling binnen en dan riep ik: Hé, jongens, daar is-t-ie weer.

De wil om te slagen

Ik maakte het toch ook gezellig. Maar die vier mannen in dat groepje, wat een kommer en kwel. Het leven is voorbij. Zeiden ze. En dan zei ik: Doe een beetje normaal, joh. En zij 'Daar heb je hem weer met dat positieve gedoe'. En dan gingen ze uit de bestraling roken buiten en dan zei ik: Wil je nou dat die dokter je helpt of hoe zit het eigenlijk.
Ja, maar het maakt allemaal niet meer uit. Twee zijn er inmiddels gestorven, bij de andere twee is alles weggehaald en de vijfde, dat ben ik. Ik ben er nog. Ik kan nog praten.

Ik ben heel veel alleen geweest in dat ziekenhuis, maar ik dacht altijd: ik ga dit redden. Maar er gebeuren natuurlijk ook steeds dingen om je heen, die je eruit halen. Uit je basis. Nee, ik weet niet zo of het me heeft veranderd in mijn manier van doen. Ik heb altijd gevonden dat iedereen gelijk is. Ik kan van jullie Yoeni ook veel dingen leren en zij van mij. Dat heeft niets te maken met jong of oud.

Gewoon, normaal en aardig

Van al die jongelui die hier altijd komen denk ik: kom maar, je zult je af en toe heel alleen voelen. En daarom is het belangrijk dat hier mensen rondlopen die je naam kennen, die af ten toe interesse tonen envragen: hoe is het? Gekend zijn en gekend worden, dat is waar het om gaat.

Gewoon normaal en aardig zijn. Dat kost niks. Ik heb natuurlijk een hele prettige rol. Ze hoeven niks van mij en ik hoef niks van hen. En de belangstelling is wederzijds. Ik heb met Kerst twee hele slechte weken gehad en dan zeggen ze: ’Hé, Elmo, ben je er weer?’ Het belangrijkste is nog steeds mijn gezondheid. Ik kijk elke dag terug naar 2003, toen het begon. Ik heb er zeven jaar bijgekregen. Leven, genieten, daar gaat het om. Geniet van de mensen en van de dingen om je heen.

Gewoon Elmo in Val Sinestra

Vroeger was ik ook wel een mensen-mens. Maar alles ging maar door en het kon niet op. Mij hele drive naar een leefgemeenschap als Findhorn komt ook uit die ziekteperiode. Ik was heel erg bezig met gezondheid en bewustwording. Daarom ben ik ook een tijd uit Val Sinestra weggeweest. Ook vanwege het eten. Ik deed allerlei workshops in ontspanning en yoga. Ik wilde nog gezonder eten, omdat ik door mijn ziekte heel erg bezig was met biologisch eten. Ik wilde alleen wel in zo’n zelfde omgeving aan de gang als hier waar ‘iets onmogelijks, mogelijk word’. Uiteindelijk kwam ik op Ecolonie terecht. Dat zit een beetje in de sfeer van Findhorn. Toen vroegen ze of ik daar kwam wonen. Ben daar een poosje vaste bewoner geweest, heb daar mede een geitenboerderij opgezet. Een hele mooie ervaring; wist niet dat het zo leuk was om met dieren te werken. Miste wel heel erg de bergen, Val Sinestra en Jeroen. Ik wilde echter pas een definitieve beslissing nemen als ik alle seizoenen in Ecolonie had meegemaakt.

Ik heb gedurende die tijd gewoon contact gehouden met Val Sinestra en Peter kwam zo nu en dan ook langs. Nadat ik het besloot om weer naar Zwitserland terug te gaan, is Peter mij komen ophalen. Ecolonie was niet echt mijn plek.

In Val Sinestra kan en mag ik gewoon Elmo zijn. Hier zijn zoveel zielsverwante mensen. Dit is mijn thuis.

Berghaus, dependance van Hotel Val Sinestra.
Home of Elmo - februari 2010 -

In gesprek met:
Elmo van der Lindt (1956)

Elmo van der Lindt

Elmo van der Lindt

Elmo van der Lindt

Elmo van der Lindt



Contact:

E-mail: Stuur uw reactie

Adres:
Weerdslag 70
7206 BT Zutphen

Telefoon:
0575 - 572 154


Design: 2004 The Communication Factory BV