![]() |
|||||
| Home Even voorstellen Werk & Zingeving Eigen bedrijf Interviews Downloads Nieuwsbrief Contact | |||||
In gesprek met: An de Cock en Karel OverbeekOktober 2009, Over verwondering en verbinding, kansrijke kinderen, een eigen plek en werken vanuit moed en overtuiging. Wat is het Het Dagelijks BestaanAn en Karel zijn de initiatiefnemers van Stichting Het Dagelijks Bestaan in Zutphen. Dit is een kleinschalige leer-ervaringsplek nabij het centrum van Zutphen.Uit hun folder 'Ruimte om te leren uit ervaring in het hart van de maatschappij' het volgende citaat: We werken op een uitdagende locatie waar ieders bijdrage er toe doet. We noemen het een onderneming die draait voor en met jongeren. Het woord onderneming duidt erop dat vaardigheden als initiatief nemen, samenwerken en zelfstandigheid hier voortdurend aangemoedig worden. Jezelf goed leren kennen, vinden we belangrijk voordat je een juiste en gemotiveerde keuze kunt maken voor je vervolgstap. We doen op allerlei manieren onderzoek naar jouw specifieke talenten en interesses. Je wordt hiertoe door betrokken begeleiders en gastdocenten uitgenodigd en uitgedaagd. Een springplank voor je verdere leven dus. OntmoetingsplekKarel: Het Dagelijks Bestaan is een spannende ontmoetingsplek voor jongeren, die op de een of andere manier stranden. Jongeren tot achttien jaar, die op zoek zijn naar een (nieuwe) focus in hun leven. Dat kan hier op een unieke manier. Het is een timeout-plek.An: Je ziet dat het algemeen vormend onderwijs in Nederland daar heel weinig ruimte voor heeft. Daarbij komt dat jongeren zo vroeg keuzes moeten maken. Dat is alleen fysiologisch al bijna onmogelijk. Onderzoeken wijzen uit de frontaal kwab rond de achtentwintig pas echt is ontwikkeld en in dat centrum zitten nu juist de mogelijkheden tot kiezen en het helder krijgen van de dingen. Bij Het dagelijks Bestaan is ruimte voor een zoektocht. Wie ben ik, wat wil ik, waar ga ik naar toe en wat geeft mijn leven zin. Dat zijn de pijlers. Aandacht voor individualiteitVeel jongeren die hier komen zijn heel hooggevoelig, waardoor ze in de knoop komen met het collectieve, frontale onderwijs. Daar is amper plaats voor hun individualiteit en hooggevoeligheid. En er zijn ook jongeren die traumatische dingen hebben meegemaakt, echtscheidingen of rouwperiodes. Of pesten of faalangstproblemen. Dat wordt pas zichtbaar wanneer ze een ‘time-out’ krijgen.Het is hier rustig, er wordt goed voor hen gezorgd, het is helemaal anders dan thuis. En er worden andere delen van hun hersenen aangesproken. Karel: Maar er komen hier ook volwassenen. Nu bijvoorbeeld een vluchteling uit Jamaica. We hebben ook mensen die via het UWV vragen: mogen we hier een plek hebben om te oefenen met de jongeren om weer iets van onszelf te ontdekken. Maar de grootste groep bestaat uit jongeren boven de vijftien. Dat staat ook in onze folder. Begin jezelf vragen te stellen en laat je bevragen. FinancieringOp dit moment worden we in principe betaald uit gelden die hiervoor beschikbaar zijn. Beschikbaar voor kinderen die op een of andere manier vastlopen. Onze hoop is dat scholen de problematiek bij de jongeren gaan herkennen en erkennen, en aanvullend aan hun onderwijsaanbod trajecten bij ons in gaan kopen. Volgens het systeem: geld volgt leerling. Bijvoorbeeld omdat ze voor de tweede keer blijven zitten of gewoon niet goed in hun lijf zitten. Of als ze drie maanden spijbelen of geen mogelijkheid hebben om nog iets in zich op te nemen. Laten die jongeren zich alsjeblieft bezinnen op een volgende stap. En daarna stromen ze weer in, in het reguliere onderwijs.OpvoedkunstAn: Hoe het komt dat wij dit doen? We ontmoetten elkaar zes jaar geleden en werden verliefd. Ik denk wel eens, het doel van onze relatie is om onze achtergronden in opvoedkunde, An is opvoedkundige en Karel is kunstleraar aan Vrije School, te combineren tot iets nieuws. We herkenden bijna onmiddellijk de behoefte aan gemeenschapsvorming bij elkaar. Dat hebben we heel serieus genomen, want we waren niet op een leeftijd dat je zomaar nog een gezin sticht. Het ging om een gebeuren als dit. Ja, het is een beetje een kind, eerst het premature, dan het borelingetje, dan het doordragen, het samenwerken, het zorgdragen.Kansrijke kinderenKarel: Het is misschien ook mijn eigen motief. Ik heb lang over de Havo gedaan en op de dag dat ik mijn examen haalde zei ik: ik ga alles vergeten wat ik heb geleerd. Want ik vond het onbruikbaar. Sommige mensen zeggen wel eens tegen ons: dus jullie hebben de drop-outs? Nee, zeggen wij dan, we hebben de kansrijke kinderen. Ze zijn in staat het systeem te saboteren, ze doen het weliswaar onhandig, maar het zijn wel kinderen die iets willen. Voorbodes van een nieuwe tijd.Hoe het begon...Het begin van het dagelijks bestaan ontstond toen ik de ziekte van Lyme kreeg. Maanden heb ik plat moeten liggen. Die tekenbeet werd op die manier een teken. Ik dacht: het moet anders. Dat is nu ongeveer vier jaar geleden. Toen ben ik anders naar school teruggegaan. Heb vanuit een ander perspectief gekeken. Ik heb altijd wel ontzettend genoten van mijn lessen als leraar, maar toen is er iets veranderd. Tja, hoe…An: Karel heeft al jaren de kinderen binnen de vrije school begeleid in hun ontwikkelingsproces. Hij is de eerste binnen de Vrije School die daar zo diep op in is gegaan (wendt zich tot Karel); je droomde ooit, toen je tijdens je sabbatical jaar in Findhorn was, dat je terug moest naar de kinderen. ‘Terug naar de kinderen gaan, om met hen op weg te gaan.’ Verwondering en VerbindingKarel: We hebben natuurlijk veel voorwerk gedaan. De kennis uit Findhorn gebruikt, onze droom gevisualiseerd, getekend wat we wilden, dat op de kast gehangen. In het begin zijn we erg intens bezig geweest met de creatiespiraal van Marinus Knoope. We hebben een kwartet gemaakt, waar alles inzat. En we hadden een ontwikkelgroep die ons elke maand hielp. Ze spiegelden ons bij onze zoektocht.Als ik er nog aan denk hoe onwerkelijk het in het begin was. Wat willen jullie toch, jongens, zeiden ze. Maar ze zeiden ook; begin toch gewoon. Begin vanuit deze tuin in Warnsveld, waar we toen nog woonden. Eigenlijk begonnen we met twee basiswoorden. Ans woord was verwondering en mijn woord was verbinding. Karel haalt een grote map tevoorschijn: Kijk: zo stonden we de eerste keer in de krant. ’Zomaar een straat in Nederland’ heette het. We wilden allerlei mensen bij elkaar op de koffie krijgen. We hebben de bakker gevraagd om koekjes te bakken en de supermarkt om de koffie te sponsoren. Dat was het begin van Het Dagelijks Bestaan. Vanuit verbinding en verwondering de ander te zien. We deden stellen-avonden en ontmoetings avonden voor coaches en managers. Het werd steeds duidelijker wat we wilden. En de behoefte aan een eigen plek groeide. We sjouwden steeds maar heen en weer met allerlei spullen. Dan hadden we weer een etentje met kunst en dan was de auto weer uitgeladen en zeiden we pffftt! Wat zou het veel gemakkelijker zijn als je een eigen plek hebt. Een eigen plekToen zijn we gaan zoeken in Zutphen en daagde ook het idee van die kinderen. Die kinderen kwamen steeds terug. De jongeren zijn nu weliswaar een spil, maar het is nog altijd zo dat we ook veel met de buurt doen. En met de ouders van de jongeren. We zijn steeds op zoek naar het doorbreken van grenzen.An: Er zijn zoveel getto’s. Voor ouderen, voor jongeren, voor werkenden, voor niet-werkenden. Die bij elkaar brengen is elke dag weer een uitdaging Om te zien hoe dat elkaar bevrucht. We brengen de jongeren in contact met de maatschappij. Karel: Heel ontroerend zoals we deze ochtend begonnen, met massage. Daar zit ook Ans bij, onze buurvrouw van 75. Ze was eigenlijk al aan het zoeken naar een vervolgplek bij de Derde Fase. Ze zegt nu; ik heb me uitgeschreven, ik blijf hier. Wel afspraken, geen plekJuni vorig jaar was ongelofelijk spannend. We hadden al sinds september afspraken met de scholen over grote groepen jongeren. Er waren al ouderavonden geweest en we hadden geen plek. In juni hadden we nog steeds geen onderkomen.An: We hadden het wonder al eerder toegelaten, maar toen werd het helemaal helder. Dat er gewoon wordt meegewerkt. Op de 23e juni kregen we ‘s avonds telefoon van woningbedrijf ‘Iedereen’: 'Jongens, het garagepand aan de Veerstraat wordt gekraakt, willen jullie dat?' We moesten de volgende dag beslissen. Er was geen dak, geen elektriciteit, geen geld. Niets, niets, niets. Ik zei: ik wil hier een nacht over slapen, maar Karel zei: Yes, yes, yes, we doen het! BaanbrekendDat was een ontzettende les. Nu is er ook weer weerstand. Maar ik heb geleerd dat die zich oplost en ben ook benieuwd hoe en waar het later zal gaan stromen.Karel: Tegenkrachten zijn soms echt heel groot. Dan denk ik wel eens: 'Ah man, moet het nou echt zo moeilijk?' Mijn dieptepunt en hoogtepunt tegelijkertijd was toen ik me weer eens midden in een regenachtige nacht op het dak van het garagepand zag lopen om een weggewaaid zeil te verleggen. Toen dacht ik, als ik zelfs al in de nacht niet meer aan slaap kan toekomen, wordt me dit teveel. Korte tijd later realiseerde ik me dat ik ook hulp kon vragen voor dat wat ik zelf niet kon oplossen. Uiteindelijk kregen we de ene helft van de eigenaar geschonken en de andere helft van de stichting NON. Er moest overigens nog wel een bestemmingswijziging komen en dat zou minstens een jaar gaan duren. Toen had ik hem echt hangen. Dat was vreselijk. An: maar dan verschijnt er weer iemand die gewoon baanbrekend is. Een advocaat, een soort Robin Hood van de advocatuur. Een chique advocaat met een roze hemdje en een duur colbert. Karel: Wij hadden iemands hulp ingeroepen. Hij zei: ik weet wel iemand, maar het is wel een VVD’er, ik weet niet of dat bij jullie past. Hij houdt van mooie vrouwen en creatieve mannen. Nou, zei ik, dan hebben we wel een kans. Ik ga hem opbellen. ‘Luister meneer huppeldepup…’ Het was even stil en toen zei hij: dit vind ik leuk, An: Het was ook zo geregeld. Ik denk dat de gemeente heel blij is geweest dat hij dat zo heeft opgeknapt. Zij hadden ons geholpen om bij de woningbouw te komen en ineens bleek dat het niet kon. HoogtepuntenKarel: Er zijn veel hoogtepunten. We zeiden een maand geleden: We zoeken nog iemand die in het onderwijsveld naar buiten kan treden en toegang heeft tot de echte expertise. Naar mijn mening hebben we de beste vis gevangen. Er viel een last van me af. Er moeten ook stappen in de wereld worden gezet.An: Voor mij liggen de hoogtepunten bij de kinderen zelf. We hebben geen absentie. Ja, nu is er een meisje op de crisisopvang, wat we allemaal heel erg vinden. We maken altijd lange dagen om hun nacht- en dagritme weer goed te krijgen. Zonder dat er gaten vallen. Van de week zei Karel om kwart voor drie: Jongens, hoe zou het zijn om een kwartier eerder naar huis te gaan. Toen zei er een: ’Nou, normaal op school zou ik het heel fijn vinden, maar nu vind ik het eigenlijk niks.’ Het is heel intiem wat we met elkaar hebben en dat kan mij zo gelukkig maken. Als we een tafel vol hebben met die kinderen, met nog wat ouders en mensen uit de buurt, is het gewoon vredig hier. Dat zijn dan de lastigste jongeren die zes en negen maanden gespijbeld hebben. Het is zo prachtig dat ze zich openen.
ZelfvertrouwenKarel: een hoogtepunt vond ik ook toen Martijn ondervraagd werd. Hij zat in ons tweede traject. We hadden wat geld gekregen van scholen en er kwamen twee mannen hier kijken. Er zaten een paar jongeren van ons bij. En een van die mannen vroeg: Je moet zometeen je VMBO-examen doen, je hebt hier geen wiskunde gehad, wat heeft dit er nou aan bijgedragen dat je straks je wiskunde examen gaat halen?Hij was even stil en toe zei hij: Zelfvertrouwen. Ik weet gewoon dat ik het ga doen. Ik ga het halen. Die man was helemaal sprakeloos. Toen dacht ik: dat is volgens mij wat wij met die kinderen doen. Die kinderen weer zelfwaarde geven. Zo van, ik ga het doen en als ik het niet haal, moet ik blijkbaar iets anders gaan doen. Ik ben niet afhankelijk van het systeem of wat anderen ervan vinden. De moed hebben om je dromen waar te makenAn: Als iemand een droom heeft in deze tijd, zoals wij een droom hadden, moet je op zoek naar wat die droom precies inhoudt. Zonder dubbele agenda; probeer los te komen van je angsten. Ik sprak gisteren nog met iemand, die zei: ’Ik heb ook wel eens op het punt gestaan om zo’n stap te doen, maar er is zoveel onzekerheid. Onzekerheid hier, onzekerheid daar. Ik blijf toch maar bij de Bank. Het belangrijkste is de moed opvatten om op zoek te gaan. En je over te geven aan het wonder. Het is fantastisch. Soms zijn we wel bek en bekaf, hoor. Maar elke avond als we op dan bank zitten, hebben we elkaar zoveel te vertellen.Karel: Je moet inderdaad ontmoetingen aandurven. Anders gebeurt er niks. Dat zien we bij de jongeren ook. In de ontmoeting met de ander kun je je laten verwonderen. Je moet het aandurven te vertellen wat je bezighoudt, moet durven zeggen: ’Ik weet het niet, wil je eens meekijken.’ An: Wij beleefden hetzelfde proces als de kinderen. Het duurt weken voordat ze bij hun eigen kern uitkomen. Voordat ze begrijpen wat we aan hen vragen. We hadden in ons vorige traject een meisje, die had geen flauw idee. Was altijd ziek. We vroegen: Wil je bedenken wat je morgen wilt doen, waar je blij van wordt. De volgende dag nog steeds: Nee, geen idee. Toen: Meisjesfilms waar ik bij kan huilen. OK. Zolang jij verder de keus niet maakt, doen wij het voor je. Maken wij een dagprogramma. We lieten haar heel veel ervaringen opdoen. En op een gegeven moment wist ze het. Ze ging onderzoek doen naar Indonesië, het land waar haar grootvader vandaan kwam. Fantastisch. Systematisch ging ze aan het werk. En bij de eindpresentatie; dat kind, dat stond daar! Er zijn zoveel dingen opengegaan voor haar. Als je er maar een keer bij komt, komt de rest ook. Dat kost tijd, stilte en ruimte, mensen die je bevragen. Herkenbare dagdelenWe werken niet alleen mentaal. Laten ze wel onderzoek doen, maar doen daarnaast heel veel kunstzinnig werk. Voor de rest: ze zijn veel aanwezig hier. 'Ritmisch werken' noemen wij dat. Herkenbare dagdelen en dagindelingen. Ze koken voor elkaar. Een fantastisch verbindend moment. En we zijn heel streng op aanwezigheid. We beginnen ‘s ochtend om zeven uur te bellen; sommige bellen we uit hun bed.Karel: Dit kost heel veel energie. Ik denk dat we het een jaar of twee, drie zullen doen. Dan zal het groter worden. Dan zullen we ambachtsmensen erbij halen. Een goeie smid, een goeie kok of een bakker. Dan ga je wat meer adviseur worden. Het vermoeiende nu is dat je alles uit moet denken. Ik zeg regelmatig: An, het is half elf, nu gaat de computer uit. An: Dat we samen werken als man en vrouw is ongelofelijk belangrijk voor dit werk. Dat geeft zoveel extra’s. Voor de jongeren en voor onszelf.
![]() Het Dagelijks Bestaan in Zutphen; anders mogen zijn. |
In gesprek met:
|
||||
| Design: 2004 The Communication Factory BV | |||||