![]() |
|||||
| Home Even voorstellen Werk & Zingeving Eigen bedrijf Interviews Downloads Nieuwsbrief Contact | |||||
In gesprek met: Corrie ClaassenOktober 2008, Over ziekten overwinnen, verpleeghuizen, een tuin vol rollators en geïnspireerd blijven na tegenslag.Vanaf mijn achttiende heb ik in de verpleging gewerkt, eerst twaalf jaar in het ziekenhuis, daarna vanaf 1983 in het verpleeghuis. Totdat ik ziek werd, zware botontkalking, en totaal tegen mijn zin de WAO in moest. Daarna ben ik een eigen praktijk begonnen als pedicure. VerpleeghuisHet verpleeghuis, waar ik twintig jaar gewerkt heb, was mijn grote liefde. Daar had ik eerst één, daarna twee afdelingen en was ik manager van 120 mensen. Er waren natuurlijk veel oude mensen, maar ook hele jonge. Van in de dertig. Iemand met een hersenbloeding bijvoorbeeld of eetstoornissen. Sommige mensen waren zo lang om je heen, dat je eraan gehecht raakte. Ik heb veel mensen zien sterven. Dat went nooit. Integendeel, het went steeds minder nu ik ouder word.Neem je de hondjes mee?
We verpleegden een meisje met anorexia, woog 28 kilo, was 32 jaar. Wilde altijd maar een klein jong meisje blijven. Dat heeft toch vaak te maken met een incestverleden. Met het behagen van de vader.
Zij kwam bij mij op de afdeling en was pré-terminaal. Volledig uitbehandeld. Vroeg altijd: Wanneer moet je werken? Neem je dan je hondjes mee? De teckels? Dan legde ik een kussen schuin tussen haar benen en daar legde ik de hondjes op. Anders kon niet met haar dunne beentjes. Dan was ze toch nog wel heel gelukkig op haar manier. Ze tekende altijd met pastelkrijt. Mijn hondjes heeft ze ook een keer getekend. Die tekening heb ik nog steeds. 'Ik wil toch leven'Toen ik haar vroeg of ze gereanimeerd wilde worden, zei ze: ‘Natuurlijk wil ik dat. Ik wil toch leven.’ Ik antwoordde: ’Maar als je wilt leven, waarom eet je dan niet gewoon?’Ik probeerde in haar huid te kruipen, maar begrijpen deed ik het niet. Eigenlijk nog niet. Ze had zo’n ander beeld van zichzelf. Iedere keer als ik naar haar keek, zei ze: 'Dik, hè. Dik, hè.' Na de begrafenis kwamen haar zussen bij me: ‘Ze wilde dat jij al haar tekenspullen kreeg.’ Ik zei: ‘Ik zal het proberen, maar als het me niet lukt, mag ik ze dan aan de activiteitentherapie geven?’ Lieve dingen en plezierEr was ook veel plezier. Het gebeurde wel tussen de middag na het eten dat er een mooi plaatje werd opgezet. ‘Opa hiep’, riepen die meiden dan tegen zo’n oude baas. Dan gingen ze, huppakee, een dansje met hem maken. Lieve dingen waren dat waar je een heel warm gevoel van kreeg. Zo zou het moeten zijn in deze wereld.Mijn moeder kwam in het verpleeghuis terecht en die vond het er afschuwelijk. Kind, zei ze, hier hoor ik niet, haal me hier weg. Ze had ook een hersenbloeding gehad, kon niet meer terug naar huis. Ik zei: ‘Mam, ik kan je wel meenemen naar het verpleeghuis waar ik werk.’ Kijk. Die mensen gaan vanuit huis naar hun laatste adres. Ze zijn alle dierbare dingen kwijt. Neem de dingen die je leuk vindt mee, zei ik dan. Een schilderij, een klok, iets wat je dierbaar is. Ik ben helemaal niet voor roken, maar dat je dan de mensen hun laatste sigaret afpakt of hun borreltje. Dat kan niet. Daar ik me altijd heel hard voor heb gemaakt. Ze hebben geen thuis meer, hun schuurtje niet meer waar ze kunnen knutselen, laat ze toch dat sigaretje of dat sigaartje roken. Eén van de huiskamers was daarom voor de rokers. In dubioMijn meest aangrijpende herinnering? Op een gegeven moment was er een mevrouw. In de negentig. Ze had een dochter, ook al zeventig plus natuurlijk. Ze kwam afscheid nemen van haar moeder. Haar schoonzoon kwam ook. Die was oud en had een heel slecht hart. Hij kon amper meer de gang doorlopen.Die man krijgt een hartstilstand op de drempel van die kamer en zakt daar in elkaar. Ik heb hem op dat moment niet gereanimeerd. Dat ik die beslissing heb genomen over dat leven, daar heb ik heel erg lang heel veel last van gehad. Er was nog een broeder bij. Die belde een arts. Die er binnen twee minuten was. Wij kijken elkaar aan en die arts zei ook nee. Ik ben naar de begrafenis gegaan. En kon daar alleen maar huilen. Dat was natuurlijk gek, hè. Naderhand heb ik die mevrouw gebeld. Toen hebben we met elkaar gesproken. Ook de arts kwam erbij. Ik vertelde: ‘Ik had het gevoel dat ik bij wijze van spreke uw moeder en uw man had afgenomen op één dag, ondanks dat ik wist dat uw man een hele zware hartpatiënt was.’ Die arts zei: 'Maar ook ik heb nee gezegd.' Dat was wel zo, maar ondanks dat. De vrouw begreep het wel, maar was natuurlijk heel verdrietig. VoldoeningDit werk heeft me overigens ook ontzettend veel voldoening gegeven. Omdat je warmte, aandacht, liefde en geborgenheid aan mensen kwijt kon. Maar ook omdat je mensen die ziek zijn weer op een bepaald niveau krijgt, zodat ze met hun ziekte kunnen leven. En hun familie ook.WAORond mijn vijftigste werd ik afgekeurd. Ik had zo’n osteoporose, dat de lendenwervel was gebroken. De chirurgen wilden mij opnemen. Nee, zei ik, het is midden in de zomer. Ik ga thuis liggen. Drie maanden moest ik plat liggen. Op een deur met een dun matrasje erop. Maar mijn rug ging verzakken en ik mocht niet meer in de verpleging werken. Ik heb me een slag in de rondte gevochten om niet afgekeurd te worden. Dat is een harde felle strijd geweest. Die ik toch heb verloren natuurlijk. Dat was heel pijnlijk.Balans opmakenIk wilde in ieder geval niet met een zak koekjes achter de geraniums blijven zitten. Dan ga je voor jezelf de balans opmaken. Wat kan ik wel en wat kan ik niet? Waar ben je nou sterk in.Mijn conclusie: Ach, al die mensen, die kan ik niet missen. Toen ben ik de pedicure opleiding gaan volgen. Ik was nog geen drie maanden bezig, toen was ik al aan het werk. Mijn allereerste klant, die heb ik nog steeds, is een oude hoofdzuster uit het ziekenhuis, die kwam ik tegen bij Albert Heyn. Ze zag me en vroeg:’Hé Cor, weet jij een pedicure?’‘Ik!’ zei ik. ‘Dan moet je bij mij zijn. Maar eh, ik heb nog geen diploma.’ ‘Dat geeft helemaal niks. Kom op. Probeer het maar. We zien wel.’ Plus-BehandelingIk heb inmiddels allemaal mensen om me heen geschaard, die een aparte behandeling (dat noem ik een plus-behandeling) krijgen. Er is er eentje, die het echt niet kan betalen. Die belt dan op en zegt: ‘Ik heb zulke zere voeten, maar ik moet weer naar de voedselbank.’ ‘Nou kind, dan kom ik toch.’ De voeten van haar vriend heb ik ook een keer gedaan. Een Hells’s Angel uit Amsterdam. Allemaal van die sterke verhalen, een paar hele grote honden en onder de tattoos.Maar natuurlijk, je wordt heus wel eens belazerd. Vertrouwen en inspiratieHet gros van de mensen is tussen de 80 en de 100. Ik krijg er soms zelf weer inspiratie van. Ik kwam bij een mevrouw om te pedicuren. Die kon schilderen, verschrikkelijk mooi. Zo ben ik zelf ook weer gaan schilderen. Op maandagmiddagen. In een groep. Want als je dat niet een beetje in groepsverband doet, verwatert het zo snel.Ik doe dat pedicuren nu een jaar of acht, negen. En dan krijg je weer hetzelfde fenomeen als in het verpleeghuis. Die mensen zie je steeds ouder, ouder en minder worden en dan krijg je weer diezelfde pijn hier. Ze gaan je weer ontvallen. En het went niet. Ziekte van WegenerToen werd ik zelf opnieuw ziek. Op een zondag kon ik haast niet meer lopen. Ik heb een hele maand in het ziekenhuis gelegen, verschrikkelijk vond ik dat. Ik zat onder de morfine en er zaten mensen aan mijn bed van wie ik helemaal niet wist wie het waren. Het werd alleen maar erger.Op een gegeven moment kwam mijn dochter en die zei: ’En nu is het afgelopen. Denk je dat ik mijn moeder hier dood laat gaan? Komt de neuroloog bij me en die vraagt: ‘Waar heb je het meeste last?’ ‘ Van mijn neus.’ Hij stuurt me door naar de K.N.O.- arts: Je hebt de ziekte van Wegener. Dat zijn ontstekingen in de haarvaatjes. In mijn geval in de vingers en in de voet. Daar heb ik zo’n klapvoet aan over gehouden. ‘t Kan overal gaan zitten. Ook in je nieren of in je hoofd. Van rolstoel naar rollatorIk was inmiddels twintig kilo afgevallen. Toen kwam er op een gegeven moment een arts die me Prednisone gaf. Daar had ik zelf naar gevraagd. Dat deed wonderen.Na een maand mocht ik naar huis, maar wel in een rolstoel. Als ik maar eenmaal thuis ben, dacht ik. Toen kreeg ik ook nog een rollator. En ik heb een auto met automaat gekocht. Maar in het begin heb je nergens feeling voor, dus zat ik overal tegenaan. Weer op de beenJe bent ook niet gewend aan een verlamde voet. Ik viel overal. Ik dacht; werken wordt niks meer. Ik oefenen, oefenen, trap op trap af. Net als met die automaat. Ook oefenen, oefenen en nog eens oefenen.Achter zo’n rollator lopen moet je trouwens ook leren. De eerste keer dat ik er zelf achter liep, zette ik er een bordje boerenkool op. Van mijn schoonzoon en dochter. Vliegt alles naar onder in het boodschappenmandje. De honden wisten er wel raad mee; meteen met zijn tweeën aan de boerenkool. Handig zo'n rollator. Als Corrie niet naar haar klanten komt dan...Mensen schrokken van me. Twintig kilo afgevallen. Achter een rollator. Allemaal rimpels. Ik leek wel zeventig. Ik wilde weer naar mijn klanten toe, maar wist niet hoe. Maar er waren wat van die oude heertjes die contact hielden. ‘t Kan me niks verrekken, zei er een. Ik neem geen ander, ik kom wel bij jou. Hij kwam bij me, leunde op het voetenbankje en zeilde zo languit onder de tafel. 'Kiek me noe toch eens liggen. d'Ouwe charmeur.'Een tuin vol rollatorsDie man was wel de eerste die ik weer pedicuurde, die me toch weer over de drempel heenhielp. Alle klanten begonnen te bellen en kwamen eerst naar mij toe. De tuin stond vol met rollators. Dan merk je toch dat je veerkracht weer terugkomt en dat je gaat herstellen. En ik kreeg zoveel terug. Allemaal zo lief.Wat je geeft krijg je ook terugMensen aan de overkant; ‘Cor, heb je eten voor vanavond, anders komen we je wat brengen.’ Mijn dochter, mijn zus, mijn beide buurtjes, ik heb nooit eten van tafeltje dekje gehad. Van de groenteboer kwamen ze met versgekookte maaltijden die je een paar dagen kon bewaren. De overbuurman maakte wild klaar en zat vis te roken op zijn balkonnetje en dan liep ik daar en dan floot hij en even later kwam zijn vrouw wat brengen. Een warm visje in aluminiumfolie.Wat je geeft, dat krijg je terug. Dat heb ik heel sterk ondervonden. Ik ben ook veel mensen kwijtgeraakt hierdoor, maar je echte vrienden en de mensen waar je echt om geeft, die raak je niet kwijt. Als we elkaar wat meer liefde zouden geven, ![]() Landgoed Ehzerwold in Almen, het voormalige P.W. Janssen Verpleeghuis |
In gesprek met: |
||||
| Design: 2004 The Communication Factory BV | |||||