![]() |
|||||
| Home Even voorstellen Werk & Zingeving Eigen bedrijf Interviews Downloads Nieuwsbrief Contact | |||||
In gesprek met: Alie BlokhuisNovember 2009, Over twijfel aan het grote gelijk, lesgeven en autisme, altijd opnieuw kunnen beginnen en worden wie je bent.Volgens mij was het Klaas de Geus, mijn leraar Nederlands op de middelbare school, die zei: 'Je bent voor het onderwijs in de wieg gelegd'. Maar ik wilde niet, omdat alle onderwijzers die ik kende, en mijn vader was er daar één van, zo eigenwijs waren. Dat ben ik van nature ook een beetje en dat wilde ik niet versterken. Als kind wilde ik zendingsarts worden; ik was altijd met het geloof bezig. Als 11-jarige werd ik lid van een ‘Bijbelclub’. Het fanatisme van de leiders opende me de ogen. Maar het idee om arts te worden bleef ik voelen als een verplichting. Wat een grote rol speelde bij mijn ‘idee-fixe’ was ‘de gelijkenis van de talenten’ uit de Bijbel. Exacte vakken stonden, dacht ik, nu eenmaal hoger aangeschreven in mijn familie dan talen. En met een beta-opleiding moest ik eruit halen wat erin zat. Ik moest mijn talenten benutten. Twijfel aan het grote gelijkDoor mijn vader leerden mijn twee broers, mijn zusje en ik veel over de context van Bijbelverhalen. Hij las namelijk vaak mee uit vertalingen in het Frans, Duits, Spaans of Russisch en geregeld gebeurde het dat hij zei: ‘Hier staat heel wat anders.’ Dat maakte een vrije en kritische omgang met religie mogelijk. Als 12-jarige had ik al mijn twijfels aan het grote gelijk van de gereformeerden.Een belangrijke periode was mijn studie in Amerika (1969/1970). Van een provinciaals gereformeerd meisje werd ik een wereldburger. Het was de tijd van vrije liefde, Flower Power, de Vietnamoorlog, conferenties met zwarte, blanke en buitenlandse studenten. Muziek. Ik las veel; Nietzsche, Walt Whitman, Pascal. Bestudeerde de oude Grieken en de moderne Amerikaanse literatuur. Maar er was een keerzijde. Ik ben daar tot twee keer toe verkracht en raakte mijn geloof in de liefde kwijt. Ik werd cynischer, meer op een afstand. Heb meer dan vijftien jaar nodig gehad om de ervaringen van dat ene jaar te verwerken. Les gevenIk heb eigenlijk altijd wel les gegeven. Te beginnen met mijn zusje, die heeft de eerste klas overgeslagen. Het schijnt dat ik mijn broer Aart Engelse les heb gegeven. Hij vertelt nog wel eens dat hij dat vreselijk vond. Ik was vooral goed in rode strepen zetten. Mijn autistische broer Henk heb ik geprobeerd schrijven te leren.Verder heb ik veel bijles gegeven, op de middelbare school maar ook in mijn studententijd. Ik heb zelfs nog een paar maanden op het Murmelliusgymnasium in Alkmaar les gegeven. Ik werkte in die tijd als onderzoeksassistent op de universiteit en de medewerker die dat onderzoek leidde was vergeten mijn verlengingspapieren in te vullen. Daardoor hield mijn baan plotseling op. Toen bedacht mijn hoogleraar: ik heb een zieke vriendin, die docent is en Alie kan haar mooi een tijdje vervangen. Van medicijnen naar NederlandsNa een jaar medicijnen ben ik Nederlands gaan studeren en daarna heb ik een jaar bij de LOI gewerkt. Ik schreef cursussen Nederlandse taal en correspondentie en deed de eindredactie voor een cursus journalistiek. Toen kreeg ik de aanbieding om voor de Stichting ZWO (Zuiver Wetenschappelijk onderzoek) te werken. Wetenschappelijk onderzoek heeft nog altijd mijn bijzondere belangstelling. Daarnaast gaf ik altijd bijles. Sinds 1987 woon ik in Wijk aan Zee. Hier heb ik als hobby veel lessen Nederlands aan buitenlanders gegeven. Ook ben ik nog een jaartje docent bij een taleninstituut geweest.Ik kreeg in 2001 het aanbod om lerares bij het NOVA-college (een ROC) in Beverwijk te worden. Dat was nadat ik 11 jaar journaliste bij de Staatscourant in Den Haag was geweest. Eerst heb ik het aanbod nog even voor me uit geschoven en heb ik nog een poosje bij een adviesbureau in Amsterdam gewerkt. Bij twee mensen die met elkaar konden lezen en schrijven. Zoiets als bij jullie tweeën. Ik kwam er naderhand bij. Als derde. Dat werkte niet. Ik heb toen het NOVA-college gebeld en gezegd: 'Nou, jullie vroegen me anderhalf jaar geleden; geldt dat aanbod nog?' Ik was net vijftig geworden. Een beetje voor de muziek uitIk kwam daar toch wel met een hoop bagage, had eigen ideeën over hoe ik leerlingen wilde lesgeven. Naderhand bleek dat ik voor de muziek uitliep. Ik heb altijd gezegd: de leerlingen moeten het leuk vinden om naar school te gaan en de docent ook. Je moet ervoor zorgen dat de kinderen op maat les krijgen. Als je klassikaal les geeft, ligt de helft te slapen want die weet het al. De andere helft volgt het gewoon niet. Je werkt maar voor een heel klein groepje mensen; daar moet je gebruik van kunnen maken. Laat degenen die het zelf kunnen hun gang gaan en besteed aandacht aan degenen die het niet kunnen. Heel veel in wisselwerking met de leerlingen. Voor de klas staan en oreren werkt niet.Leerlingen die buiten de boot vallenIk vond jullie laatste nieuwsbrief over Het Dagelijks Bestaan heel goed. Dat initiatief om kinderen een time-out te geven. Bij ons vallen veel leerlingen buiten de boot. En ik begeleid er een heleboel van. Die hebben veel extra aandacht nodig. Ik ben daar een jaar of vijf geleden mee begonnen. Merkte dat er een leerling in de klas zat, die alleen maar om zich heen keek en na drie weken nog niets had gedaan. Ik sprak de ouders erover aan op een ouderavond en die zeiden: ’Ja, het is een bijzonder kind.’ Tja, zo gaan sommige ouders daarmee om.AutismeDat kind deed mij sterk denken aan mijn autistische broer. Toen bleek ineens dat er bij ICT (daar geef ik les in) heel veel autistische leerlingen zijn. Niemand begreep de leefwereld van die kinderen. Ik wel. Kon heel goed contact met hen maken en hen op de rails krijgen. We hebben een ‘pilot’ gedaan. Die loopt nog steeds. Naast mijn lessen begeleid ik altijd ongeveer 12 leerlingen continu.Dat ik zo’n broer had is belangrijk. Door hem heb ik altijd beseft dat de gaven die wij als andere kinderen in het gezin hadden, niet vanzelfsprekend waren. Ik heb veel over autisme gelezen en mijn ouders er ook weer veel over verteld. De autistische leerlingen hebben een rustig lokaal apart, dat grenst aan een gewoon lokaal. Ze zijn via een glaswand van de rest gescheiden, maar het aardige is, dat ze, als ze dat willen, gewoon de klas in kunnen. Het hangt van henzelf af. Soms willen ze heel graag gewoon naar een witte muur kijken. Je kunt altijd opnieuw beginnenWat ik nog kan toevoegen, is dat ik een enorme rust over me heb gekregen. Ik sta boven de stof; daar hoef ik me niet mee bezig te houden. Ik kan me gewoon helemaal concentreren op de leerlingen. Ik ben altijd geduldig. Ze mogen mij honderd keer iets vragen, dan leg ik het nog een keer uit. Ik houd van kinderen. Ben dol op de leeftijdscategorie zestien/zeventien. Ben er ook goed in om hen vertrouwen te geven in zichzelf. Wat erin zit kan ik eruit halen.Het besef dat je altijd opnieuw kunt beginnen is erg belangrijk in mijn leven. Ja, ik ben hier in Wijk aan Zee opnieuw begonnen. Met letterlijk helemaal niets. Dat had ik al eens eerder meegemaakt na mijn eerste huwelijk, een studentenhuwelijk. ScheidingDe relatie met mijn tweede echtgenoot is afgebroken. Het ging fout toen ik in verwachting raakte van mijn dochter. Hij raakte overspannen. Ik werkte thuis aan mijn proefschrift en hij kwam ook fulltime thuis te zitten. Ik zei op een gegeven ogenblik: ’Ik kan dit zelf niet meer oplossen; je moet naar een psychiater.’ Wat hij ook gedaan heeft.We dachten dat we een fantastisch goed huwelijk hadden. Maar ik dacht vóór hem en vanuit hem. Ik raakte mezelf gewoon kwijt. Hij sloot andere mensen buiten. Het was echt ‘wij’. Het ging niet goed met mij. Mijn energie raakte op en ik ging naar de psychiater, die zei: ’Jullie moeten samen komen, want jullie hebben een machtsconflict onderling.’ Ik had niet goed ingeschat dat ik daar zelf behoorlijk debet aan was. Uiteindelijk is het echt uit de hand gelopen toen mijn dochter voor het eerst bij iemand logeerde omdat we een feestje hadden. Het was een heel moeilijke tijd. Samen ging niet meer, maar het viel me zwaar dat onder ogen te zien en te accepteren. Uiteindelijk heb ik me op laten nemen. Ik had even rust nodig. HerborenIn het psychiatrische ziekenhuis werd ik ineens 'wakker' en voelde me als herboren, nadat ik me een jaar doodmoe had gevoeld. Toen ik daar binnen kwam ging het meteen goed. Mijn reactie was heel fysiek. In vijf weken kwam ik helemaal tot rust en heb mezelf ondersteboven gehaald.In die tijd was het idee dat ik niet terug naar huis wilde heel sterk. Ik ben wel teruggegaan, want ik had een man en een kind. Zodra ik een voet over de drempel zette, was ik direct weer doodop. Het liep al heel snel weer uit de hand. Toen ben ik via maatschappelijk werk bij iemand in huis geplaatst, een maand of drie. Ondertussen (dat schijnt vaker te gebeuren) was ik verliefd geworden op een verpleegkundige. Dat is een hele goede ervaring geweest. Na een jaar was dat trouwens helemaal over. Zoiets kan gebeuren. Helft van de boekenNa mijn scheiding vond ik begin 1987 een zomerhuis in Wijk aan Zee. Inmiddels was de huizenmarkt gekelderd. En de vraag voor mij en mijn ex-man was: wat doen we? Als we het huis verkochten zaten wij allebei met een enorme schuld. Hij heeft mij 25.000 gulden meegegeven en ik heb alle aanspraken op het huis laten schieten. Maar ik had dus helemaal niks meer, geen bord, geen tafel, geen stoel. Wel de helft van de boeken. Van dat geld besteedde ik er 10.000 aan een bed, een televisie en de inrichting van het huis, dat soort dingen. Van de rest probeerde ik rond te komen. Intussen was mijn baan aan de universiteit ook afgelopen.We hebben toen overwogen wat we zouden doen met Annig. Ik heb een psychiater geraadpleegd wat de beste oplossing voor haar was. Hoewel ze automatisch aan mij werd toegewezen, leek het toch het beste om haar bij hem te laten. Dan zat ze niet met mij daar ergens op een kamertje; ik was bang dat ik dat haar misschien in het gekste geval ook nog zou gaan verwijten. Ik was zelf behoorlijk labiel. Dus toen hebben we besloten dat ze de eerste tijd door mijn ex-man opgevoed zou worden. Ik ging ieder weekend naar haar toe en in het begin ook nog twee dagen door de week. Mijn ex-man was in de tussentijd weer wat stabieler geworden. SnelkookpandromenToen ik in Wijk aan Zee kwam wonen, heb ik veel geschreven om alles weer op een rijtje te krijgen. Heb nooit gedacht dat het niet goed ging komen. Vond het wel weer een nieuw avontuur.Ik ben m’n vertrouwen in de mensheid een tijdje kwijt geweest. Heb een soort cynisme moeten overwinnen. Dat deed ik door goed naar mezelf te kijken en eens op een rijtje te zetten wat ik eigenlijk van mijn ouders vond. Ik zag dingen bij mijn moeder en bij mijn vader, en toen besefte ik dat het dingen waren die ik in mezelf wel leuk vind. Dat was heel confronterend, de gedachte: ’Als ik iemand iets verwijt, zit het misschien wel in mezelf.’ Ik was ook altijd geneigd tot snel, snel, snel. Ik heb er een gedicht over geschreven: ‘De haast raast voor mij uit.’ Mijn dromen hebben mij daarop geattendeerd. Ik was met mijn proefschrift bezig en droomde dat ik bij mijn moeder kwam en daar vond ik een snelkookpan met de naam Prestige. Ik vroeg aan haar: ‘Mag ik hem lenen?’ Mijn moeder antwoordde in die droom: ‘Je mag hem wel lenen maar hij kookt niet sneller dan een gewone pan.’ Jaren later vond ik bij mijn ouders een stapel consumentengidsen waarin een test van snelkookpannen stond en één ervan heette: ‘Prestige’. Ik dacht: Laat maar gaan, als het in het vat zit verzuurt het niet. Ik wilde snel afstuderen, snel promoveren, carrière maken. Zo is het gelukkig niet gegaan. Worden wie ik benMijn ouders zijn bepalend voor mij geweest. Mijn vader was mijn grote voorbeeld. Exact, nuchter en beschouwelijk en mijn moeder is van een warme vanzelfsprekendheid. En mijn gehandicapte broer heeft natuurlijk een grote rol gespeeld. Ook mijn dochter en mijn huidige man Wolter. Die leerde ik kennen in Wijk aan Zee via de schaakclub. We zijn al twintig jaar samen gelukkig. Hij laat mij worden wie ik ben.Deze mensen hebben mijn positieve kijk op het leven bepaald. Met het schrijven van gedichten ben ik ook in Wijk aan Zee begonnen. Ik merkte toen ik mijn dagboek schreef dat er ineens flarden van gedichten kwamen. Dat er dingen uitkwamen die ik anders verwoordde. Afgeronder. Dat is eigenlijk nooit meer weggegaan. Alsof er iets open was gebroken. Ik hoor iets of ik lees een zin en dan lijkt er wel een wig te ontstaan waardoor er wat naar boven komt. Ik ben daar erg blij mee. Ik probeer altijd het gevoel dat ik toen had te verwoorden. Dat heeft ook met mijn dochter te maken, die mij leerde om anders naar de dingen te kijken, die bijvoorbeeld toen ze een jaar of drie was net deed alsof zij de moeder was en ik het kind. Het vertrouwen dat je opnieuw kunt beginnen, altijd, is voor mij het belangrijkste.
|
In gesprek met:
|
||||
| Design: 2004 The Communication Factory BV | |||||